In hogedruksituaties kunnen de verschillen in de bergen enorm zijn, vooral in de dalen.
Een dal dat in lijn met de windrichting ligt (föhndal) zal bijvoorbeeld veel warmer zijn dan een dal dat (deels) haaks op de windrichting staat. Dit kan het verschil zijn van -5°C (ook overdag) en +5°C (of meer). Hierbij is er ook niet echt een richtlijn dat dit in steeds dezelfde dalen het geval is. Bij de vorige hogedruksituatie bleef het op mijn winterbestemming Galtür steevast vriezen overdag en kwam de temperatuur soms 5 tot 10°C lager uit dan verwacht. In de huidige situatie staat er iets meer wind uit het zuiden en haalt de temperatuur wel de verwachte 5°C.
Een kleine krimping van de wind en de temperatuur schiet omhoog (en de RV omlaag) of net omgekeerd. Feit is dat in de Alpen vanaf een zekere hoogte het dauwpunt zelden positief is, waardoor de afsmelt eerder beperkt is, zeker met de huidige zonnestand. Daarnaast is het ook van belang hoeveel kou er ingevangen zit in de dalen. Het is wel zo dat Frankrijk gevoeliger is aan opwarming dan delen van de andere Alpenlanden door de oriëntatie (blootstelling aan ZW winden) en de terugkerende positie van hogedrukgebieden.
Bij neerslag zijn de lokale verschillen even groot waarbij isothermie vaak de sneeuwgrens lager doet uitvallen dan berekend, vooral bij intensieve neerslag. Maar ook hier speelt de windrichting een enorme rol. Net genoeg stuwing tegen de achterliggende bergkam maakt op het grensvlak het verschil tussen regen en sneeuw.
De dynamische zoomfunctie van Arome is bijvoorbeeld wel een handige tool om de lokale verschillen beter te kunnen inschatten, vooral voor de neerslaghoeveelheden en in sommige situaties ook de temperatuur.