Nu de huidige 'vorstperiode' op zijn eind is gelopen, en ook gezien de discussie over de huidige winters en de winters van weleer in een draadje hieronder, heb ik het één en ander eens op een rijtje gezet.
Hieronder heb ik een simpele indeling gemaakt van alle winters van de 20e eeuw, onderverdeeld in zeven klasses, waarbij ik de 'strenge' en 'zeer zachte' winters onderaan nog wat fijner heb ingedeeld. Het was daarbij moeilijk om bij de zachte winters geschikte synoniemen te vinden! (1e afbeelding).
Maar het beeld wordt pas echt schokkend als we naar alle winters kijken vanaf 2000, met inbegrip van de huidige winter, toch al 26 winters in totaal (2e afbeelding). Daar waar de oude definitie van het KNMI pas vanaf honderd Hellmannpunten een winter kouder dan 'gemiddeld' noemt, valt te vrezen dat wij tegenwoordig een winter al vanaf 85 Hellmannpunten als 'zeer koud' moeten bestempelen. Als de winters van de afgelopen kwart eeuw de norm blijven, dan zou die bovengrens van een 'gemiddelde' winter zelfs verschuiven van 100, naar 35 Hellmannpunten! Qua vorstproductie is de huidige winter dan al niet eens meer 'zeer zacht', maar 'zacht', en 'De Bilt' hoeft de rest van deze winter nog maar iets meer dan één Hellmannpuntje te scoren, om al in de klasse 'aan de zachte kant' te komen...
Als winterliefhebber die de winter van 1963 bewust heeft meegemaakt (ik was tot 7 jaar oud) vind ik dit een schokkende constatering. Diep in ons hart wisten we dat eigenlijk al, maar de harde cijfers maken het nog pijnlijker.
Aan alle winterliefhebbers zou ik willen zeggen: "Don't shoot the messenger, I'm just the piano-player..."
beetje fantasie en verbeeldingskracht!
( 253)
( 254)