Eerst even een definitie van economische groei:
"Een toename in het vermogen van de economie om goederen en diensten te produceren die leiden tot een toename in de levensstandaard."
Economische groei is verbonden met het liberale industriële tijdperk. Simpel gezegd: de industrie maakt dingen, bedrijven concurreren daarin onderling en werknemers hebben werk en inkomen.
Bedrijven moeten steeds innoveren om niet het loodje te leggen door beter presterende concurrerende bedrijven. Dit houdt o.a. in dat er per werknemer steeds meer werk verzet moet worden. De productiviteit per werknemer wordt groter, of dit nou tot uiting komt in meer/betere dingen of in diensten. De algehele toename van productiviteit wordt uitgedrukt als economische groei. Vereenvoudigd gezegd komt een bedrijfsmatige of economische groei van 3% erop neer dat er per werknemer 3% meer geproduceerd wordt. Hij/zij maakt bijvoorbeeld 103 auto's, ten opzichte van 100 in het jaar daarvoor. Of hij/zij maakt een auto die 3% meer waard is.
Wat gebeurt er nu als de economische groei gelijk is aan nul? Dat betekent dat er per werknemer niet méér geproduceerd wordt dan voorheen. Maar door marktwerking zullen bedrijven blijven innoveren, steeds meer proberen te doen met dezelfde mankrachten, of ... hetzelfde met minder mankrachten!
Dit betekent dat een economie die niet groeit (maar wel onverminderd innoveert, dus steeds meer per werknemer kan) de werkloosheid toeneemt. Het is dus óf de economie die groeit, óf de werkloosheid. Of allebei.
----------------------------------
Het probleem bij eindeloze economische groei is dat het steeds gemakkelijker wordt om natuurlijke bronnen te winnen, en uiteindelijk uit te putten. Waar vroeger vijfhonderd gravende mensen nodig waren, zet men nu een graafmachine in met één bestuurder en een opzichter. Ooit tachtig vissers op tien boten, nu één grote trailer met mega-netten en slechts een paar bemanningsleden. En de visverwerkende industrie doet ook alles machinaal met slecht een handjevol operators.
Uitputting van natuurlijke bronnen remt de economische groei vanzelf wel af. Maar gelukkig zijn er ook gebieden waar het gebruik van natuurlijk hulpbronnen niet zo dominant is. Te denken valt dan aan de computerindustrie: computers kunnen steeds maar meer, zonder dat ze groter worden. Dit dankzij miniaturisering.
En met de computerindustrie ook de moderne dienstverlenende industrie (banken, media en vermaak, gezondheidszorg, etc.).
Waar we geleidelijk aan naar toe gaan is een wereld waarin we steeds meer grondstoffen zullen moeten
maken in plaats van het van de aarde te plunderen/delven. Als de aardolie verder opraakt, zullen we planten moeten gebruiken om plastics uit te winnen (nog afgezien van het energievraagstuk). Maar ook hiervan zijn de hoeveelheden beperkt, want er is nou eenmaal maar een beperkt aardoppervlak om gewassen op te verbouwen.
Tastbaar materiaal zal dus relatief steeds duurder worden, terwijl informatie alleen maar goedkoper wordt. Zie hier de onvermijdelijke informatiemaatschappij!
De rijkere weerwoorders zullen daarom nog lang in staat blijven om in hun automobiel stormen te chasen, hier of na een lange vlucht ginds in de VS. De armere weerwoorders zullen het met name met informatie moeten doen: achter hun PC-tje naar de plaatjes kijken die de chasers geschoten hebben.
En nu is het tijd om te slapen ...
Groet, Tom
Quote selectie