Deze week zorgt een polaire uitbraak, verbonden aan een depressie boven Scandinavië, voor het eerste duidelijke signaal van de herfst. Ze brengt een uitgesproken afkoeling over de noordelijke helft van het continent, in scherp contrast met de tot dusver uitzonderlijk warme zomer.
In Scandinavië beloven de omstandigheden ronduit somber te worden. In Lapland blijven de temperaturen op sommige plaatsen steken onder de 10 °C, terwijl de normale waarden rond 15 °C liggen. Verder oostwaarts, in Moermansk (Rusland), wordt overvloedige regen verwacht en halen de maxima woensdag nauwelijks 7–8 °C, ver onder de gebruikelijke 15 °C.
Deze frisse luchtmassa schuift gaandeweg naar het zuiden en veroorzaakt een spectaculaire temperatuurdaling: in Berlijn en Warschau zakt het kwik van 27 °C naar 18 °C binnen 24 uur. Ook in België volgt eenzelfde patroon: na pieken tot 28–29 °C op dinsdag, dalen de maxima tegen vrijdag en zaterdag naar 19–20 °C, onder invloed van een noordelijke stroming die maritieme lucht aanvoert.
De aanwezigheid van een hogedrukgebied tussen IJsland en het Verenigd Koninkrijk zorgt er echter voor dat het bij ons overwegend droog maar vaak bewolkt blijft.
Een bescheiden maar symbolische herfstprik, die ons eraan herinnert dat de zomer stilaan op weg is naar haar overgangsfase.