Het KNMI maakt voor de windstoten in de guidance gebruik van het PASCAL-systeem, het KNMI maakt daarbij gebruik van specifieke gridpunten voor dit PASCAL-systeem. Deze gridpunten geven een lage kans op zeer zware windstoten, aangezien deze buien een lokaal fenomeen zijn. Hierdoor vermoed ik dat het KNMI een lage kans geeft op zeer zware windstoten, terwijl over de gehele linie er juist een aanzienlijke kans is op zeer zware windstoten. De zeer zware windstoten vallen simpelweg buiten deze gridpunten, wat inherent is aan de kleinschaligheid van het optreden van convectieve windstoten. De HARMONIE runs zijn overigens zéér consistent met zeer zware windstoten in buien.
Daarnaast zijn de parameters wel geschikt voor deze situatie. De voor morgen, door HARMONIE, berekende v850-waarden en v925-waarden geven windsnelheden van 90-110 km/u aan op die hoogte. Tijdens een bui vindt er verticale uitwisseling plaats tussen deze lagen in de troposfeer en het aardoppervlak en worden deze windsnelheden naar beneden gehaald. Eventuele factoren zoals impuls, precipitation loading en faseveranderingen zouden kunnen bijdragen aan een sterkere velociteit, waardoor de intensiteit van de windstoten toeneemt. De non-convectieve windstoten zijn wel in de orde van 80-95 km/u, wat meer overeenkomt met de verwachting van het KNMI. Het grootste gedeelte van het noordwesten van Nederland zullen dus met windstoten van 80-95 km/u te maken gaan krijgen, gelokaliseerde zeer zware windstoten zijn echter zeker mogelijk, primair binnen discrete onweerscellen.