Voor zij die het zich afvragen: ik heb het even snel berekend op basis van SYNOP data voor Ukkel. De vroegste complete 30-jarige periode die ik vond is van de winter van 1953 tot en met de winter van 1982 ("oude klimaat", in de figuur in het blauw). Om het effect van de opwarming te vergroten heb ik vergeleken met de laatste 15 winters. Hierdoor is er wat natuurlijke variabiliteit verloren gegaan.
Wat in het oude klimaat een koude dag was, een gemiddelde temperatuur lager of gelijk aan -1.1°C (1 standaard deviatie), komt in dit nieuwe klimaat 8% van de tijd voor (tegenover zo'n 17% van de tijd in het oude klimaat; of grosso modo 1/6). Percentiel 17 is nu percentiel 8 geworden.
Om te weten wat de periode is waarvoor de kans 17% is dat ze kouder verloopt in het nieuwe klimaat bereken: 90/(log(0,83)/log(0,92)), ongeveer 42 dagen. Hierbij ben ik er van uitgegaan dat de perioden onafhankelijk zijn van elkaar, wat natuurlijk niet echt zo is. In de realiteit zullen er clusters zijn en er meer koudere perioden (in deze dataset vooral 2010, 2012) te vinden zijn in een koude winter, gevolgd door meerdere winters zonder koude periode.
Met andere woorden, waar vroeger een koude winter van 90 dagen één keer om de 6 jaar voor kwam, komt nu een koude periode van 42 dagen 1 keer om de 6 jaar voor. Met het verder opwarmen van het klimaat zal deze karakteristieke periode steeds korter worden.

