Het was buitengewoon prachtig weer met koude kraakheldere nachten met lichte (grond)vorst en zonovergoten dagen. De kenmerkende bossen met de sparren en loofbomen door elkaar, die met de hoogte veranderden van kleur van diepgeel naar rood. In de ochtend- en avondzon leverde het vanaf de kale afgevlakte toppen en langs de vele meren prachtige sfeerbeelden op.