Bij het opruimen vanmiddag kwam ik hem weer eens tegen: het schriftje waarin ik op 17 december 1984 was begonnen mijn waarnemingen in een grafiek te noteren (Spijk, Gn). Omdat de blokjes op waren, noteerde ik alleen de eerste 22 dagenvan junuari en mist het daarna een paar weken? Of was ik gestopt omdat mijn broer de boel ging terroriseren en water in mijn regenmeter ging gooien? De krabbels helemaal bovenin kan ik niet meer reconstrueren, maar alle S’-en daaronder stonden volgens mij voor de dagen waarop je kon schaatsen of dat ik heb geschaatst.
In die tijd was ik nogal een fanatiek wielrennertje en schaatser. Had ik misschien een voorgevoel dat het de strengste winter sinds 1978/1979 zou worden? Of had ik met Sinterklaas mijn max/min- kwikthermometer gekregen? Geen idee, maar wat ben ik een bofkont dat ik die winters als tiener heb mogen meemaken!
We fietsten soms gewoon hele stukken over het ijs naar de middelbare school in Delfzijl, zo’n 12 kilometer verderop. Was het deze winter dat er zoveel windwakken waren, en dat er jongens – door de zon verblind – met fiets en al het pikzwarte ijs opreden en zo’n wak in gingen? Of was dat in een van die andere strenge winters die daarna nog kwamen?
In de eerste vorstperiode in januari viel er bijna dagelijks sneeuw. Het diesel werd met benzine bijgemengd; anders vlokte het door de kou en kwamen vrachtauto’s vast te staan. Ik tel maar liefst 20 nachten met strenge vorst, en de laagste waarde van –14°C werd -midden in het dorp- meerdere keren aangetikt. Het ijs was zo dik dat er zelfs auto’s met sneeuwschuivers overheen reden. Op een gegeven moment was het tegen de 20 cm dik!
Geen wonder dat er op 21 februari 1985 – na 22 jaar – eindelijk weer een Elfstedentocht werd gereden. Voor mijn gevoel was half Nederland naar Friesland afgereisd en zat de andere helft voor de tv.
Wat een feestmaanden waren dat!