Uitgebreide uitleg over de neerslagsoort berekening in EC en harmonie. En waar dat vandaan komt.
Hippelijk wat mooie sneeuwvlokken voor iedereen
Ook in de paragraaf over neerslag staat nog wat uitleg
Brede opklaringen liggen nu boven de noordelijke helft van het land. De modellen hebben die nu goed te pakken, al heeft EC veel mist in het westen die er niet zit. De buien die ten noorden van de rug naar het noorden van het land trekken worden door Harmonie wat dikker aangezet dan door EC. Afgaande op de satelliet gaan we uit van Harmonie. De eerste neerslag van de occlusie bereikt in beide modellen het westen aan het einde van zaterdagavond. Meer onzekerheid is er over de neerslagsoort. Harmonie komt meteen met sneeuw, in EC 12 UTC is het een mengvorm waarin de sneeuw overheerst. In de run ervoor overheerste de regen. Belangrijk om in het achterhoofd te houden is het verschil in de methode waarop de neerslagsoort bepaald wordt door beide modellen. Harmonie berekent in elke gridbox de neerslagintensiteit voor zowel regen, sneeuw als graupel. Is 90% van deze mix sneeuw, dan is de neerslagsoort sneeuw. Is dit percentage minimaal 50% en de combinatie van sneeuw + graupel minimaal 90%, dan is de neerslagsoort ook sneeuw. ECMWF daarentegen kijkt naar de vloeibare massa aan het oppervlak (als fractie van de totale deeltjesmassa). Als deze fractie minder dan 1% bij een temperatuur boven 0, dan is de neerslagsoort sneeuw. Als de temperatuur onder het vriespunt ligt mag de vloeibare massa 20% zijn om toch als neerslagsoort droge sneeuw te geven. In dit geval geeft EC natte sneeuw en dat wordt alleen gegeven bij de combinatie van positieve temperaturen en een vloeibare fractie van 1-20%. Bij meer dan 20% is het neerslagtype RASN i.p.v. SNRA. In het geval de temperatuur rond 0 schommelt en de fractie rond 20% kun je dus snel springen van het ene neerslagtype naar het andere neerslagtype.