Op vele plaatsen in Nederland, o.a. in Drente, Overijssel
en op de Veluwe hoort men in augustus en september dikwijls
de uitdrukking: “er schijnt een boekweit-maan.” Wat betekent
deze uitdrukking?
Antw. Bij het landvolk bestaat de mening, dat in de maanden
augustus en september de lichtende maan enige avonden achter
een op hetzelfde uur opkomt. Dit schijnt in strijd met hetgeen
in het algemeen daarover geleerd wordt. Slaat men toch de wer
ken over populaire sterrenkunde op, dan zien wij daaruit, dat de
maan elke volgende avond ongeveer 50 minuten later opkomt
dan de vorige avond. Diesterweg zegt in Het Heelal en zijne
Wonderen (vertaald door Dr. Gleuns) op pag. 35: “den volgenden
dag gaat de maan nagenoeg één uur (nauwkeuriger 50 minuten)
later op dan den vorigen.”
Slaan wij nu de almanak van 1886 op, dan zien wij, dat op
13 augustus de maan te 6.45, op 14 augustus te 7.15, op 15 dezer
te 7.42, op 16 dezer te 8.05, op 17 dezer te 8.27, op 18 dezer te 8.49,
op 19 dezer te 9.12, op 20 dezer te 9.36, op 21 dezer te 10.05, op
22 dezer te 10.36 en op 23 dezer te 11.06 opgaat. Hieruit blijkt, dat
bijv. op 17 augustus de maan niet 50 minuten, doch slechts 22
minuten later opgaat dan op de vorige dag. Op 18 augustus is het
eveneens 22 minuten en op 19 augustus 23 minuten later. Na 23
augustus neemt dit verschil weer toe.
Op 27 augustus gaat de maan ’s morgens te 2.12 en op
28 augustus te 3.28, d.i. 1 uur en 16 minuten later.
Hieruit blijkt, dat enkele dagen achtereen de maan weinig ver
schil in tijd van opkomst heeft. Voor drie opeenvolgende dagen
van 16 tot 19 augustus was dit in het geheel maar 67 minuten,
terwijl tussen 27 en 28 augustus het verschil reeds 76 minuten
bedraagt. Het landvolk, dat geen wetenschappelijke waarnemingen
doet en alleen naar de algemene indruk oordeelt, heeft die
ongelijkheid opgemerkt.
In de herfst nu, wanneer de boekweit gemaaid is, wordt deze
alleen des avonds tot schoven samengebonden. Bij dag kan dit
werk niet verricht worden, omdat het zaad, dat zeer zwak aan
de aren bevestigd is, door de droogte dan zou afvallen. Voor dit
samenbinden van de boekweit bij avond is dus de lichtende
maan een zeer welkome hulp. Toen nu deze onregelmatigheid
in de opkomst van de maan daarbij bemerkt werd, beschouw
den de landlieden dit als een blijk van hulp, die de Schepper
hun bood, door enige avonden achtereen de maan op het
zelfde of nagenoeg hetzelfde uur te laten opgaan. Daarom
noemde men dit onwillekeurig de boekweit-maan.