Men schrijft ons: »Ook ik heb met het Brockenspook kennis gemaakt, zonder naar den Harz te reizen. Het was op den straatweg tusschen den Haag en Loosduinen, We kwamen met ons vieren per fiets uit de resi dentie rijden, de lantaarn op, want het was een donkere nacht. Een dikke mist scheen tusschen de hooge boomen nog vaster opeengepakt te zitten. De lenzen onzer lantaarns wierpen een scherp afgeteekenden lichtkegel vooruit. Zoo achter elkaar rijdende, zoo goed mogelijk vooruit turende, riep plotseling mijn voorman; »ZegJöh! daar zie ik het Brockenspook, rij eens wat korter achter me!" Ik deed dat en toen beschreef hij kortelijk wat hij waarnam: een reus achtige wielrijder, wiens hoofd en schouders zich in de donkere boom toppen verloren, trapte in 't zelfde tempo als hij. Op mijn beurt liet ik mij van achteren beschijnen en ontdekte weldra mijn schaduw op den nevel, maar ontzaglijk vergroot door het divergeeren der lichtstralen. Onze beide tochtgenooten werden daarna ook geroepen, en namen met evenveel belangstelling het verschijnsel waar. Voorbij Loosduinen op den open weg gekomen, waar het iets lichter was, verdween het spooksel".
Vragen van den Dag (1894)
Wie meer over het fenomeen wil weten: https://nl.wikipedia.org/wiki/Glorie_(optisch_fenomeen)