Er was, volgens de ERA5-reanalyse, duidelijk sprake van een flinke trog binnen de straalstroom, daarnaast lag de jet streak boven Frankrijk en de Benelux. Het gevolg hiervan was dat er een optimale koppeling, met positieve vorticiteitsadvectie in de ontwikkelingsregio van de storm, ontstond tussen de straalstroom en het lagedrukgebied. Het is, naast de barokliene processen, niet uitgesloten dat diabatische opwarming een significante secundaire rol heeft gespeeld tijdens de cyclogenese. De augustusmaand was duidelijk te warm, dus de Noordzee was wellicht ook warmer t.o.v. de klimatologische normaal, wat er toe kan leiden dat er een aanzienlijke sensibele en latente warmte vrijkwam vanuit de Noordzee en bijdroeg aan de ontwikkeling van deze storm.

Op de Noordzee was er vervolgens sprake van een RACY, waarbij het lagedrukgebied volgens ERA5 met minimaal 7 hPa uitdiepte binnen 6 uur (06:00-12:00 UTC) tijd. Uiteindelijk simuleerde ERA5 een minimale luchtdruk van 993 hPa binnen de kern, maar dit kan een stuk lager zijn geweest, aangezien er een kleinschalig lagedrukgebied was en de resolutie van ERA5 niet hoog genoeg is daarvoor. De kans is ook aanwezig dat de luchtdrukgradiënt hoger is geweest dan wordt gemodelleerd door ERA5.
Tevens was er, op basis van ERA5, sprake van een zeer uitgesproken afgesloten T850-maximum binnen de kern, wat inhoudt dat er sprake is geweest van een warme seclusie. Er is dus waarschijnlijk wel sprake geweest van een Shapiro-Keyser cycloon op 7 september 1944, waarbij de kans aanwezig was dat er een sting jet verantwoordelijk was voor het extreme windmaximum in Nederland. Verder kunnen CCB-invloeden en convectie, naast de luchtdrukgradiëntkracht, hebben bijgedragen aan de zeer zware windstoten binnen de storm.
.png)
.png)
Het gemeten windmaximum van 12 Beaufort in Vlissingen is onbetrouwbaar, aangezien de meetwijze in 1944 anders was dan tegenwoordig. Echter ligt het voor de hand, op basis van de structuur van de storm, dat het tot extreme windstoten is gekomen in de Benelux. De ruwe output van ERA5 toont overigens zeer zware windstoten van 100-110 km/u en een high-end windkracht 8, waarbij de hevigste windsnelheden in de occlusie worden gesimuleerd. Een onderschatting van het gesimuleerde windmaximum is echter zeer waarschijnlijk, aangezien er sprake was van een kleinschalig windveld. Indien er een sting jet heeft plaatsgevonden, wat niet is uitgesloten, dan vindt er al helemaal een forse onderschatting plaats van het windmaximum. Het lijkt er in ieder geval op dat er op 7 september 1944 een (zeer) zware herfststorm over de Benelux trok, waarbij de hypothese van Rob Sluijter uit 2009—waarin hij vermeldt dat er waarschijnlijk sprake is geweest van een actieve buienlijn in plaats van een storm—incorrect lijkt te zijn.
.png)
