Bij lage vochtigheid wordt de relatie met temperatuur erg vlak, dus een kleine verandering (of afwijking) in de gemeten of gemodelleerde vochtigheid geeft flinke afwijking in de temperatuur (bv dauwpunt). Dat zorgt er voor dat de waarden van het dauwpunt meestal veel springeriger zijn bij dit soort lage temperaturen.
De meeste meteo stations meten relatieve luchtvochtigheid met een bepaalde meetfout/nauwkeurigheid. En dat wordt bijvoorbeeld dan theoretisch omgezet naar dauwpunt. Bij een constante meetfout in de relatieve luchtvochtigheid en temperatuur neemt de onzekerheid in dauwpunt enorm toe bij een lage luchtvochtigheid. Onderstaande afbeeldingen geven de onzekerheid in (berekend) dauwpunt bij een onzekerheid van 5% in relatieve luchtvochtigheid en 0.2°C onzekerheid in de temperatuur:


https://journals.ametsoc.org/view/journals/apme/43/5/2100.1.xml?tab_body=fulltext-display
Voor modellen is het natuurlijk iets anders maar de fysische relatie tussen vocht en temperatuur is hetzelfde. En dus heeft in een situatie als deze een klein beetje meer of minder menging van bijvoorbeeld de Oostzee een flink effect wanneer uitgedrukt als dauwpunt. Uitgedrukt als absolute of specifieke vochtigheid valt dat weg en zou het verschil kleiner ogen.
Bij bijvoorbeeld -12°C geeft een verandering van 1hPa in dampspanning een verschil van ongeveer 5°C graden. Bij +12°C geeft eenzelfde verandering in dampspanning slechts 1°C verschil.