Misschien nog eens aanknopen met een oude traditie? De weersoap:
Herberg De Weerkamer in Dronghen, anno 1647.
Het grasveldje voor herberg De Weerkamer in Dronghen was op die zwoele augustusavond in 1647 weer aardig vol gelopen voor het dagelijkse actualiteiten-wagenspel van Rederijkerskamer “Het Huisch van Vertrouwen”. De voorstelling liep al naar haar einde. Als naar gewoonte richtte de bevallige rederijkster Annelieske van Herck-de-Stad zich rechtstreeks tot het publiek.
“Beste menschen. Nu ik u verteld heb wat er vandaag zoal is gebeurd in ons dorp en de rest van dezen wereld, gaan we nu ne keer kijken wat voor weer het gaat worden. Maar eerst nog evekens dit.”
Een mannelijke rederijker stapte het toneel op, in het gezelschap van een wat mager uitgevallen Mechelse herdershond. Het publiek hield de adem in en wachtte vol spanning af. Na enkele seconden, die wel een half uur leken te duren, zette de man plots zijn tanden in het achterwerk van de Mechelse herder. Het beest kaïete even, droop toen af met de staart tussen de poten. Het publiek applaudiseerde wild. Toen het weer rustig werd, nam Annelieske van Herck-de-Stad weer het woord.
“Beste toekijkers, dat was onze dagelijkse afspraak met ‘man bijt hond’, nu is het écht hoog tijd voor het weer.”
Dat was het sein voor de plaatselijke brouwer om ijlings het trapje naar het podium te beklimmen. De zwaargebouwde man hijgde nog na toen hij de meute toesprak. “Schijnt de zon of regent het tot uw spijt, ne kriek Belvu smaakt altijd!” Waarna hij even vlug weer van het podium afsnelde en zich afvroeg of het wel zo’n goed idee was om het weerbericht te sponsoren. Dat steile trapje zou nog eens zijn dood worden. En het moest allemaal zo rap gaan.
Opnieuw hield het publiek de adem in. Wie zou er vanachter het theatergordijn te voorschijn komen. Zou het Sabineke Meidoorn zijn, de mooie blonde dochter van de plaatselijke bakker Pieter Meidoorn? Of zou het toch Fransicus Desmedt worden, de zoon van de colerieke cafébaas Jozef Desmedt? Die laatste kon zo verschrikkelijk uit zijn sloffen schieten, dat iedereen hem beter kende onder zijn bijnaam Jos de Boze. Toen bleek dat zijn zoon zo mogelijk nog flamboyanter was, ging Franciscus Desmedt al snel door het leven als Frank, de Bozere. Langzaam openden de rode fluwelen gordijnen zich. Wie o wie zou het zijn?
(wordt vervolgd)
Quote selectie