Het was de ochtend van 24 december, die allerlei winterherinneringen opriep. Die (quasi/)vrieslucht, die pittige kou aan je gezicht, dat heldere blauw en stralende zon; ik vond het fantastisch.
Het is niet zo gebruikelijk dat vlak voor kerst de koude en heldere continentale lucht binnenstroomt. Dat herinner ik me vooral van 1961 en 1962.
Op 23 december 1961 stroomde, na wat koud gekwakkel, extreem heldere Scandinavische lucht binnen. Mijn hemel, wat een heldere lucht en wat een stralende zon! Zelden zo gezien. Er volgde een stevige vorstperiode die bijna leidde tot een Elfstedentocht op 29 december. Plotseling invallende sterke dooi was reden om de tocht op het allerlaatste moment af te blazen. (Nu zouden de modellen waarschijnlijk eerder die heftige dooi hebben berekend).
Op 22 december 1962 stroomde, vrij onverwacht ook weer, de zeer koude vrieslucht binnen vanuit het oosten. Opnieuw een kraakheldere vrieslucht met matige vorst in de nacht en ochtend. Het zag er voor mij uit als een herhaling van het jaar ervoor, op de zaterdag voor Kerst. Nu weten we dat het de start was van één van de zwaarste winterperiodes uit onze geschiedenis. De periode 22 december t/m 20 januari was vergelijkbaar qua kou met februari 1956.
Hoewel er enige gelijkenis met dit jaar bestaat, is de vraag of ons klimaat nu nog wel zulke kou-invallen kan produceren. In ieder geval was de voorgeschiedenis en 61 en vooral 62 heel verschillend van die van dit jaar.
Ik kom binnenkort nog wel terug op overeenkomst en verschil met 62.
Quote selectie
( 139)