Bij het ingaan van het nieuwe jaar schetsen de grote weermodellen een maand januari met uitgesproken contrasten, waarbij de vrij duidelijke signalen aan het begin geleidelijk plaatsmaken voor toenemende onzekerheid op de middellange termijn.
Voor de eerste decade van januari liggen de ensemblemodellen ECMWF en GEFS duidelijk op één lijn. Een uitgestrekte depressiezone zou zich uitstrekken van het noorden van Scandinavië tot het Iberisch Schiereiland, met daarbij ook de Benelux, Duitsland en Frankrijk. In deze configuratie zouden onze regio's terechtkomen in een vochtege onstabiele en vrij koude noordwest- tot noordelijke stroming, met wisselvallig weer en temperaturen onder de seizoensnormen.
Vanaf de tweede en derde decade van januari neemt de betrouwbaarheid van de verwachtingen af. De verschillende scenario's spreken elkaar tegen, wat wijst op een duidelijk verminderde voorspelbaarheid.
Volgens ECMWF zou de depressiezone zich verder uitstrekken van de nabijgelegen Atlantische Oceaan tot de Noordzee, wat zou resulteren in een zuidwestelijke stroming, zachter maar ook duidelijk meer verstoord voor onze streken. GEFS daarentegen voorziet een verschuiving van de depressieactiviteit richting Centraal-Europa en Italië, met het aanhouden van een koude noord- tot noordoostelijke stroming over onze regio's.
Ondanks deze verschillen komen beide modellen tegen het einde van de maand opnieuw tot elkaar. Ze voorzien de terugkeer van een hogedrukgebied boven Scandinavië, wat zou leiden tot een continentale noordoostelijke stroming, koud en mogelijk droger, over onze contreien.