Ik neem gerust aan dat, wanneer de klimaatmodellen enigszins correct zouden zijn (ik zeg wel "als", want ik plaats daar zelf toch enige vraagtekens bij), er minder schaatsijs en dus minder kansen op elfstedentochten zullen zijn.
Maar heeft men daarbij met het volgende aspect (dat ik hier al vaker heb aangehaald) daarbij ook rekening gehouden? Met name het punt dat bij de planning en beslissing of een tocht al dan niet kan doorgaan men korter op de bal zal kunnen spelen omdat er op een betere manier gebruik kan worden gemaakt van betere korte termijnmodellen?
De tochten die in werkelijkheid perfect hadden kunnen doorgaan maar door een foute modelprognose in het water zijn gevallen waren legio in de 20ste eeuw. In 1986 was er zelfs een siberisch wonder voor nodig om een foute prognose van het ECMWF (die ten onrechte dooi aankondigde) alsnog recht te zetten en de tocht te laten doorgaan. Tien jaar later, in 1996, hebben we het (opnieuw de schuld van ECMWF) te danken dat de tocht op 9 of 10 februari niet is doorgegaan, hoewel het perfect had gekund in overigens ideale omstandigheden. Drie dagen eerder had het ECMWF toen de dooi al op de 9de laten invallen, terwijl die in werkelijkheid pas drie dagen later, in Friesland zelfs volle vier dagen later plaats vond.
Als de Vereniging in de 21ste eeuw dit soort gemiste kansen niet meer verkijkt, kan het aantal tochten volgens mij toch worden opgekrikt.
Ik weet niet of dat meegenomen is. Ik denk dat ze een schatting gemaakt hebben. Waar het om gaat is het optreden van langdurige koudeperioden die ijs van elfstedendikte opleveren; dat zou nog mogelijk blijven. De frequentie van en de hevigheid er van zal ongetwijfeld afnemen; als gevolg daarvan (aanzienlijk) minder elfstedentochten.
Groet,
Cees
Quote selectie