Tussen alle uitbundige sneeuwberichten door heerst hier, in het westen van België, slechts stilte. Geen winterse pracht, geen verstilde landschappen — alleen zon die nu al dagenlang hardnekkig schijnt over kurkdroge velden.
De buien vanaf de Noordzee lijken een onzichtbare boog rond ons te trekken, als waren ze tedere kunstenaars die zorgvuldig om ons heen schilderen zonder ons te raken. Vakkundig ontwijken ze ons, alsof we op de kaart slechts een lege plek zijn waar de winter zijn penseel niet durft neer te leggen.
En ik, sneeuwliefhebber in hart en nieren, voel hoe deze periode zachtjes wringt. Het verlangen naar krakende voetstappen in verse sneeuw en het geruisloze vallen van vlokken blijft onbeantwoord.
Dit moest even van mijn hart.
Toch gun ik het ieder die nu wel in dat witte wonder mag staan — van harte — terwijl ik hier verder kijk naar een koude lucht zonder vlokken, en stilletjes hoop dat de winter mij niet helemaal vergeten is.