Hierbij de 2de aflevering van weersoap De Weerkamer. Wie de eerste nog niet gelezen heeft: ze staat in het forummuseum
Het was Frank, de Bozere, die de gordijntjes openschoof. Dorpsslager Bultinck, die zoals altijd op de eerste rij zat, kon een zucht van ontgoocheling niet onderdrukken. Het leverde hem een elleboogstomp in zijn maag op van Eufrazie, zijn bazige echtgenote die naast hem zat.
“Goedenavond beste kijkers. Hier zijn we weer met meer weer”, begon Frank, de Bozere. Eufrazie smolt meteen weg. “Laat ons eerst ne keer kijken hoe schoon het weer vandaag weer was.” Achter de rug van Frank, de Bozere, droegen twee forse mannen in een blauwe kiel een schilderij het podium op. “Kijk ne keer hier. Zo ne schonen zonsopgang vanmorgen, geschilderd door onzen plaatselijke kunstschilder Alexander, de niet zo anonieme Meester uit Wortegem-Petegem. Maar het heeft niet lang geduurd.” De twee mannen droegen het schilderij snel weer weg en kwamen even snel met een ander terug. “Dit doekske heeft den bekenden jonge meester Carolus Hollenvoet met den postkoets naar hier gestuurd. Het stelt voor: ‘dreigende luchten boven den Alsemberg’. Ge kunt zien, beste toekijkers, dat de verf hier en daar een beetjen uitgelopen is. ’t Is dus niet bij dreigen gebleven!” Frank knikte kort in de richting van de blauwgekielde mannen, die opnieuw het schilderij snel weg droegen, om buiten adem met een derde ingelijst doek terug te keren. “En ons laatste schilderij is er eentjen dat juist is toegekomen uit d’Ardennen, van Hubertus Zavelberg. Hubertus schildert hier dat de zon heel den dag is blijven schijnen in d’Ardennen. Schoon, schoon, schoon!”
Toen het laatste schilderij was weggedragen, daalde een kaart van Europa neer achter de rug van Frank, de Bozere.
“We gaan nu ne keer kijken hoe het weer de komende dagen zal zijn. Gelukkig heeft Torricelli drie jaar geleden zijn buis uitgevonden. Nu weten we tenminste dat dit raar gevalleke hier boven de oceaan een hogedrukgebied is.” Hij wees naar een min of meer cirkelvormige gesloten lijn links op de kaart, waarin een “H” stond geschreven. “En dat hier, boven het land van die venijnige Vikings…” Er ging een siddering door het publiek. “…dat is een lagedrukgebied!” Frank zweeg even. “En dat is slecht!”, bulderde hij plots. “Slecht! Slecht weer, zeg ik u!”. Het publiek kromp in elkaar.
“Maar het is zover nog niet”, ging Frank, de Bozere verder. Hij klonk weer kalm. “Eerst krijgen we nog een paar mooie dagen.” Een kaart van de Zuidelijke Nederlanden ontrolde zich achter zijn rug en bedekte de kaart van Europa. “Het wordt nog lekker warm. Ik zou zeggen: tegen de vijfentwintig graden. Maar dat kan ik niet, want Anders Celsius moet nog geboren worden. Maar gijlie begrijpt wel wat ik bedoel. En ook de dagen daarna blijft het zomers warm.”
“Frank, gij leugenaarken, zijt ge wel zekers? Ik vertrouw u niet, zunne!”, riep Pieter Meidoorn, die het moeilijk kon verkroppen dat zijn dochter weer niet aan de bak kwam vanavond.
“Awel, als ge mij niet gelooft, breng mij dan een kieken!”
Dorpsslager Bultinck sprong meteen recht en kwam enkele minuten later terug met een pas geslachte kip. Frank nam het beest aan en trok een slagpen uit de vleugel.
“Kijk ne keer hier. Zo’n mooie, smalle pluim. Natuurlijk ben ik zeker, gij ongelovige Thomas. Dus, beste toekijkers…”
“Halt!”, klonk plots een bulderende stem vanachter uit het publiek. “Dat gaat zo maar niet!”
(wordt vervolgd)
Quote selectie