Die moet natuurlijk wel vrij laag zijn. Maar de crux is wat de temperatuur - pak weg - tussen 50 m en 1500 m hoogte doet. Om twee extremen te noemen: ik heb wel eens meegemaakt dat het matig regende bij -5 graden en omgekeerd dat er droge sneeuw begon te vallen bij een temperatuur van +8 graden (die daarna natuurlijk wel pijlsnel daalde!).
In dit geval is het een portie van oorsprong zachte lucht die om het laag heen draait en ervoor zorgt dat de neerslag die als sneeuw begint, tot regen transformeert. Dat voorbeeld van regen bij -5 graden, dateert uit de beruchte (maar ook zo boeiende!) winter van 1979. Er was toen op enige hoogte een 'warme' luchtlaag aanwezig. Het grappige was dat de temperatuur - en dat duurde bijna twee etmalen - langzaam steeg naar -2 graden, maar dat tegelijkertijd de regen overging in ijsregen en vervolgens sneeuw, omdat die 'warme' luchtlaag werd opgeruimd. Legendarisch was toen de opmerking in het ANP-nieuws op de radio die luidde: "Omdat de regen overgaat in ijsregen en vervolgens sneeuw, wordt het buiten MINDER glad." Een opmerking die nog klopte ook!