De operationele modellen GFS en ECMWF blijven duidelijk van elkaar verschillen en wijken bovendien af van de troposferische anomalieën, die nochtans opvallend stabiel blijven. Dit zorgt voor een aanhoudend hoge onzekerheid over de verdere synoptische evolutie.
In de meest recente runs tekent zich echter een gemeenschappelijk punt af: de inzet van duidelijk winters en koud weer vanaf komende zondag. Deze convergentie blijft evenwel fragiel, zolang er geen duidelijke afstemming is met het signaal van de anomalieën.
Die anomalieën wijzen op een zuidoost- tot oostelijke stroming, later oost-noordoost, een configuratie die in januari goed verenigbaar is met koud weer, maar zonder garantie op een uitgesproken koudegolf. De kwaliteit van de luchtmassa blijft de doorslaggevende factor en bepaalt een eventueel sneeuwpotentieel, dat op dit moment nog niet kan worden bevestigd.
Het momenteel meest waarschijnlijke scenario is dat van een ongeorganiseerd winters weertype, eerder dan een goed gestructureerde, koude oostelijke stroming.
De verdere evolutie zal in sterke mate afhangen van het krachtenspel tussen een zuidelijke depressie en het Scandinavische hogedrukgebied, waarvan de uitkomst de intensiteit, duur en aard van deze winterse episode zal bepalen, die voorlopig als instabiel en contrastrijk wordt ingeschat.