Ik begrijp iets niet. Maar misschien ben ik nog niet helemaal wakker. Sneeuwvlokken vallen door een laag warme lucht en smelten. Dan komen de druppels in de koude lucht en de temperatuur van de druppels komt onder het vriespunt. Ik wilde weten waarom de druppels vloeibaar blijven. Op internet lees ik dat dat door een gebrek aan vrieskernen komt. Maar het waren toch al sneeuwvlokken, dan zijn er toch vrieskernen?
Ook als er vrieskernen zijn moet de temperatuur op grotere hoogte onder de -12°C dalen om spontane bevriezing te geven. Zonder vrieskernen kan dez temperatuur soms zelfs -40°C zijn. Dit heb ik bijna 50 jaar geleden geleerd aan het begin van mijn - nooit helemaal afgemaakte - studie meteorologie in Utrecht, en gelukkig heb ik dat onthouden. Wel is het zo dat dit ondergrenzen zijn: bevriezing kan soms ook bij een hogere temperatuur plaatsvinden.
Dus bij een temperatuur van -1 of -2°C kun je regen verwachten. Bij -3 of -4°C wordt de kans op ijsregen een stuk groter. Het kan zijn dat die grens van -12°C onderin de atmosfeer hoger ligt.
Bij aanraking van onderkoelde regen met een vast voorwerp vindt onmiddellijk bevriezing plaats. Mogelijk kan dat ook door iets grotere stofdeeltjes in de lucht, die er op geringe hoogte vaak zijn. Iets groter dan condensatiekernen bedoel ik dan. Je krijgt dan ijsregen.