Het IPMA-station dat een windstoot van 208.8 km/h registreerde staat op een 500 meter hoge heuvelrug (rode stip) die dwars op de stroming georiënteerd is. De windsnelheid zal bovenop de heuvelrug daarom een stuk hoger liggen dan wanneer die heuvel er niet was. Daarnaast zal de gemiddelde windsnelheid op 500 meter hoogte ook zonder heuvel uiteraard wat hoger zijn dan op zeeniveau, al zal de hoogte van het station voor de windstoten minder uitmaken denk ik (zolang de grenslaag neutraal of onstabiel van opbouw is zodat er convectieve en/of turbulente menging plaatsvindt).
Ik heb hieronder nog een aantal WMO-richtlijnen voor het meten van de windsnelheid toegevoegd. Vaak zie je dat extreme windsnelheden bovenop een klif of heuvel (punt b) of een vuurtoren (punt a en c) gemeten worden. Ruwheid (punt d) is meestal minder van toepassing omdat het station vaak aan zee staat of op een vrijstaande heuvel. Het is daarnaast de vraag hoe goed de meetstations gekalibreerd zijn voor zulke extreme windstoten. Ik denk dat windstoten van 200 km/h lokaal wel degelijk opgetreden zijn, maar dan blijft staan dat 200-plussers op laag, vlak en open terrein zeldzaam zijn.


Bronnen:
https://emodnet.ec.europa.eu/geoviewer/
https://library.wmo.int/records/item/68695-guide-to-instruments-and-methods-of-observation