Het kan eigenlijk niet anders: de natuur moét ons West-Vlamingen binnenkort compenseren. En hoe.
Volgende winter is het zover. Vanop de Kemmelberg tot helemaal in Knokke ligt er een halve meter sneeuw, netjes egaal verdeeld, alsof iemand met een spatel langs de kust is gepasseerd.
In Knokke vriest de zee dicht tot 100 meter van het strand. IJszeilers dobberen niet meer, ze parkeren hun boot gewoon op het ijs. De dijk verandert in een langlaufpiste, strandcabines worden iglo’s en garnalenkroketten worden geserveerd “op z’n Russisch”.
En de rest van de Benelux? Die mag toekijken. Af en toe een speldenprikje: wat natte sneeuw in Nederland, drie minuten aanvriezende motregen in het oosten, en dan weer regen. Grote winterkaarten? Ja hoor — maar telkens met dat ene donkere blauw vlak: West-Vlaanderen only.
Meteorologen krabben zich in het haar, weerkaarten breken, en op elk weerbericht valt dezelfde zin:
“Waarom altijd daar?”
Omdat het eindelijk eens rechtvaardig is.