Omdat ik toen niet wist, verwachtte, bedacht, wat er allemaal mogelijk zou zijn in een winter.
Die 8 december was de eerste keer in de winter van 1978-1979 dat ik dacht...'Wat krijgen we nou'.
Uit mijn (weer) dagboek:
Quote:
8 december 1978:
Verjaardag van ma. Op tijd terug van de PA, 2 laatste uren vallen uit. Nog steeds vriest het goed. Ik hoopte op sneeuw, maar om 14.30 uur begint het te regenen. Bij nog en dikke -4°C. tante Ida gaat direct na haar komst weer naar huis. Je weet niet wat er nog komen gaat, het kan gaan ijzelen. Om 15.30 is het al spiegelglad van de ijzel die valt. Ik ga op de fiets terug naar Steenwijkerwold om te kijken hoe het met Marian is die om 16.30 uur vrij is.
Op de scherpe hoek van de Kornputsingel staat een bus van de NWH helemaal dwars en kan geen auto meer langs. In Tuk staat een trouwstoet die de hoogte naar de Watertoren niet omhoog kan. Ook kunnen ze denk ik Bergstein niet op. Een strooiauto probeert achteruit omhoog te gaan. Nog nooit gezien. Het laatste stuk naar Thij en Steenwijkerwold loop en fiets ik met de fiets door de berm, dat gaat nog een beetje. Gelderingen is niet te doen met de klinkers. Ik ben nog op tijd. Als de klas van Marian naar buiten komt is het lachen. Iedereen vindt het nog leuk, maar op de fiets vallen de eersten al. Marian komt bij me en ziet het niet zitten. We gaan lopen, soms door de tuinen bij mensen. Richting de Witte Paarden lopen door de berm, we denken dan, als we maar in de bos van de Woldberg zijn, op het zand. Dan zal het beter gaan. De moeder van Marian zal wel ongerust zijn hebben we het over. Ik denk wel dat mijn moeder belt. Het is al bijna 6 uur als we de Woldberg op lopen, door het zand. Maar er ligt gewoon een laag ijzel op het zand. Om kwart over 6 zijn we op de Bultweg thuis bij Marian. Over 6 kilometer hebben we bijna 2 uur gelopen door de ijzel.
Quote selectie
( 39)
( 106)