Dat zou extra klimaatbezorgheid moeten betekenen onder onze soort.
Aan de andere kant gaven wat minder extreme zeer snelle stijgingen zoals tijdens de overgang van het Paleoceen naar het Eoceen en het Eoceen Thermisch Optimum (niet abrupt, wel langdurig zeer warm). Juist een toename van het aantal planten en de dichtheid van voorkomen op Aarde. Als gevolg daarvan meer biomassa voor dieren en zij namen ook in aantal toe.
Voorafgaand aan dat PETM (Paleoceen Eoceen Thermisch Maximum, van ongeveer 20.000 jaren) ging de toename van de concentratie koolstofdioxide schijnbaar grofweg even snel als de tegenwoordige uitstoot door de verbranding van fossiele brandstoffen.
Één ding hebben deze perioden wel gelijk met de massa-extinctie tijdens de overgang van het Perm naar het Trias. De Aarde was door een hogere CO2-concentratie zo sterk opgewarmd dat er kantelpunten werden bereikt. Waardoor koolstof dat in andere bindingen zoals gashydraten (van bijvoorbeeld methaan) lag opgeslagen, ook abrupt vrijkwam. Want deze werden door de hogere (zeewater)temperaturen instabiel.
Hetzelfde zou in de toekomst kunnen gebeuren met opgeslagen koolstof in de zeebodem en het permafrost.