Interessant punt, maar het is geen óf-óf verhaal. Je hebt eigenlijk beide nodig: metingen (zoals temperatuur) én patronen (persistentie en extremen), veranderingen in de aard en frequentie van weerpatronen — is precies hoe klimaatverandering zich lokaal vaak het duidelijkst manifesteert.
Ik weet het zo niet met temperatuur. 
Het is immers globale toegevoegde warmte die leidt tot regionale/lokale verstoorde patronen.
Binnen die context van verstoring worden dan temperaturen gemeten die zouden aantonen dat er sprake is van:
1) een opwarming?
of
2) een verstoring van het (normaal) weerpatroon?
Ik denk dat er veel mensen (m.i. onterecht) neigen naar (1), maar wat maakt dat de temperatuur van het verstoord patroon (in een regio) nog iets te maken zou hebben met dat van de normaal (uit die regio)...?