Naarmate de zomer van 2026 dichterbij komt, blijven de seizoensmodellen wijzen op temperaturen boven normaal in Europa.
De recentste analyses temperen echter geleidelijk de verwachte warmte, vooral boven West-Europa. Hoewel het risico op een warme zomer duidelijk aanwezig blijft, lijkt een onafgebroken periode van hittegolven voorlopig minder waarschijnlijk.
Verschillende atmosferische factoren kunnen het verloop van de zomer nog aanzienlijk beïnvloeden: de snelle evolutie richting een El Niño in de tropische Stille Oceaan, schommelingen in de Atlantische circulatie en de recente terugkeer van neerslag die de voorjaarsdroogte gedeeltelijk heeft afgeremd.
Na een bijzonder droge en winderige aprilmaand zorgt mei reeds voor een weersomslag met frequentere regen- en onweerszones.
In deze meer contrastrijke context zou de zomer van 2026 kunnen bestaan uit afwisselend zeer warme perioden, soms hevige onweerssituaties en tijdelijk koelere luchtstromingen vanuit het noordwesten.
Juni zou mogelijk de warmste maand van de zomer worden, onder invloed van subtropische luchtstromingen vanuit het zuiden.
Juli behoudt een verhoogd risico op hitte, maar met een actieve onweersdynamiek die geregeld voor tijdelijke afkoeling kan zorgen.
Augustus zou vervolgens evolueren naar een zwaardere, onstabielere en vochtigere atmosfeer, met lokaal overvloedige neerslag en een meer wisselvallig karakter.
De algemene tendens naar een warme zomer blijft dus behouden voor Europa, al blijven er aanzienlijke onzekerheden bestaan over de uiteindelijke intensiteit van de warmte en de frequentie van onweerssituaties.
