Een uitgestrekt hogedrukgebied zou tijdens deze periode een groot deel van Europa domineren. Het hoofdcentrum van deze anticyclonale zone verplaatst zich geleidelijk van het noordoosten van Frankrijk naar Polen. Deze weersituatie bevordert een steeds warmere continentale stroming uit zuid tot zuidoost over onze streken, waardoor de temperaturen merkbaar kunnen stijgen. Vanaf 19 juni kan deze warmte lokaal gepaard gaan met toenemende onstabiliteit en de vorming van onweersbuien.
Vanaf 22 juni zou het hogedrukgebied geleidelijk aan kracht verliezen, terwijl een rug van hoge druk richting de Azoren behouden blijft. Hierdoor zou de stroming meer tussen zuid en zuidwest komen te liggen, met iets minder warme lucht. Tegelijk neemt de kans toe dat Atlantische storingen geleidelijk onze regio bereiken, wat tegen het einde van de periode voor wisselvalliger weer kan zorgen.