Dit is hoe ik het me altijd voorstel; Het is de temperatuur waar voor een bepaalde (absolute) hoeveelheid vocht (waterdamp) de relatieve luchtvochtigheid 100% is. Dus het is een maat voor de absolute hoeveelheid vocht in de lucht, wat het denk ik minder intuïtief maakt is dat dit uitgedrukt is als temperatuur.
Dat dit kan komt omdat voor een gegeven temperatuur er een bepaalde hoeveelheid waterdamp is waarbij er een evenwicht ontstaat tussen verdamping en condensatie, en dat is bij 100% luchtvochtigheid. Als de temperatuur hoger is dan dat punt, en dus de relatieve luchtvochtigheid lager dan 100%, zal er netto meer verdampen dan condenseren (en kan bv de was drogen). En bij een lagere temperatuur dan dit evenwichtspunt is het andersom, en zal er netto meer condenseren dan verdampen (zoals in de douche op een koude spiegel/muur). Het dauwpunt is dus de temperatuur waarbij condensatie en verdamping in evenwicht zijn.
De natteboltemperatuur is een vergelijkbaar concept met als verschil dat je daarbij de temperatuur (hypothetisch) omlaag brengt door water te verdampen, en dus de absolute hoeveelheid vocht laat toenemen. Bij het dauwpunt laat je de temperatuur (hypothetisch) afnemen zonder vocht toe te voegen. Beide nemen af tot 100% relatieve luchtvochtigheid, maar omdat bij de nattebol de hoeveelheid vocht toeneemt ligt dat evenwichtspunt bij een hogere temperatuur.
Quote selectie
( 235)