Hoe mooi, het blad knispert onder mijn voeten,
Met de geur van dode meerkoeten.
Kale takken steken af tegen het eeuwig blauw,
Zelfs het zeewater is lauw.
Stofwolken stuiven sierlijk door de lucht,
Een vrolijke blik op de natuur die zucht,
Onder de zoveelste hittegolf,
Een geel maisveld, zonder een rijpe kolf.
Flaneren door de loop van een droge rivier,
Veel dode karkassen, maar dat interesseert me geen zier.
Hitte en droogte vervullen me met geluk,
Zie, hoe ik het laatste gele blaadje pluk.
Groen is de kleur van snot,
Maar de natuur is bruin en geel, wat een genot!
Woonboten en transportboten liggen op hun kant,
De grote rivieren zijn verzand.
Wat een prachtig zicht op ons woestijnklimaat,
Hopen dat dit nog jaren zo doorgaat!