Nu de meteorologische zomer ten einde loopt, blijven de nieuwste seizoensverwachtingen wijzen op een herfst die in onze streken duidelijk zachter dan normaal zou kunnen verlopen.
Ons seizoensmodel blijft goed aansluiten bij de vorige update: september, oktober en november zouden gemiddeld hogere temperaturen dan normaal kunnen opleveren. Dit scenario wordt bovendien ondersteund door de belangrijkste seizoensmodellen, waaronder ECMWF, CFS en het Europese multimodelgemiddelde C3S.
Het warme signaal is vooral sterk aan het begin van de herfst, om daarna geleidelijk af te nemen. Voor de neerslag is de voorspelbaarheid daarentegen aanzienlijk kleiner. De nieuwste berekeningen lopen meer uiteen en sluiten inmiddels ook nattere perioden in september en oktober niet langer uit.
In de equatoriale Stille Oceaan is El Niño inmiddels goed ontwikkeld en naar verwachting zal het fenomeen in de loop van de herfst verder versterken. De directe invloed ervan op het Europese weer blijft echter moeilijk vast te stellen.
Voor West-Europa zal het herfstweer vooral afhangen van de positie en de ontwikkeling van hogedrukgebieden boven de Atlantische Oceaan en Europa, evenals van de regelmaat waarmee Atlantische storingen onze streken kunnen bereiken.
September zou nog sterk in het verlengde liggen van deze bijzonder zachte zomerperiode. Het warme signaal blijft duidelijk aanwezig, met temperaturen die op nationale schaal ongeveer 1,5 °C boven de normalen zouden kunnen uitkomen.
Een aantal late warmte-opstoten blijft dan ook mogelijk, vooral tijdens de eerste helft van de maand. De grootste verandering heeft echter betrekking op de neerslag. Hoewel droge, anticyclonale perioden waarschijnlijk blijven, is het neerslagtekort minder uitgesproken dan in de vorige prognoses.
Perioden met regen en onweer kunnen de droge en rustige episodes tijdelijk onderbreken.
Ook oktober zou overwegend zacht verlopen, met een temperatuuroverschot van ongeveer +1 °C.
Hogedrukgebieden kunnen opnieuw zorgen voor fraaie, rustige en relatief zachte dagen. Tegelijkertijd zullen Atlantische storingen geleidelijk vaker onze streken bereiken.
Voor de neerslag blijft de onzekerheid groot. De nieuwste berekeningen variëren van een scenario rond de normale waarden tot een iets natter verloop volgens sommige modellen.
In november zou het zachte signaal aanhouden, zij het minder uitgesproken, met temperaturen die ongeveer 1 °C boven normaal kunnen liggen.
De atmosfeer zou geleidelijk een meer uitgesproken maritiem karakter kunnen krijgen. Atlantische storingen zouden daardoor regelmatiger tot onze streken kunnen doordringen.
Na een begin van de herfst dat vooral door zachtheid en mogelijk droge perioden wordt gekenmerkt, kan de neerslag zich opnieuw rond de normale waarden situeren of zelfs licht boven normaal uitkomen.
Alles wijst er voorlopig op dat de herfst zachter dan normaal zal verlopen, met het duidelijkste warme signaal in september en een nog steeds uitgesproken zachte tendens in oktober. Ook november zou zacht blijven, maar waarschijnlijk onder een meer uitgesproken maritiem en vochtiger regime.
Dat betekent uiteraard niet dat koele of wisselvallige perioden zullen uitblijven. De herfst kan afwisselen tussen zomerse nazomerse perioden, Atlantische storingen en de eerste koelere uitbraken, zonder dat één bepaald weertype zich voorlopig langdurig lijkt te kunnen opdringen.