Zo komt October in het land.
't Ontzet van Leiden is op hand.
Dan is 't goed weer, geen last van koude,
Men kan heel goed een optocht houden.
Als dan 't geboomt' verkleurt en ruit
Dan zegt men weder: "nu is 't uit".
Maar men is maar een suffe dromer,
Want nog komt er een stukje zomer.
De herfstkleur is een lust voor 't oog;
't Gevallen blad is kurkdroog.
Een dominee met een herfstpreek,
Moet wachten op de vierde week.
't Eerst van alles komt er dit:
In eens is 's morgens alles wit.
"Het heeft zowaar van nacht gevroren";
Het steekt des morgens in je oren
Dan komt de omslag: opgelet!
De zomer wordt schaak-mat gezet.
Wat aangaat de temperatuur,
Den negentiende is het geur.
Dan kijkt men vragend naar de haard;
Een vuurtje was nu wel wat waard.
Doch weet g'u dan nog te bedwingen,
Dan kunt ge het nog lang uitzingen.
Begin November is 't weer zacht,
Zodat ge om de kachel lacht.
Als dan de kou ons wat komt kwellen
Dan hoort ge ook al gauw vertellen:
"Profeten zeggen met gewicht,
Een strenge winter is in 't zicht.
De zwaluw die zo vroeg vertrekt;
Diep in de grond graaft het insect;
De wolf brengt al in Rusland schrik;
Een wijf las 't in het koffiedik."
Al die profeten eten brood;
De kwakkelwinter brengt geen nood.
En gaat het naar 't gewoon recept,
Dan wordt er niet meer van gerept.
Maar gaat het wintren, onderbroken,
Dan heeft men er juist niet van gesproken.
(P. de Haas)
Quote selectie