De Vlaamse Oostkustpolders zijn opnieuw de favoriete winterbestemming van tienduizenden "vriezeganzen" uit de noordelijkste regionen in Europa en Rusland - Scandinavië, Lapland, Spitsbergen en Siberië.
Wilde ganzen houden van rust en ruimte. 's Zomers vinden ze die in hun broedgebieden in de uitgestrekte, noordelijke veen-, toendra- en taïga-gebieden van Europa en Rusland. In de winter daarentegen is het in deze streken allesbehalve aangenaam toeven. Daarom vertrekken de wilde ganzen eind augustus op een lange tocht richting zuidelijke (en dus mildere) streken.
De Vlaamse oostkustpolders, dat zijn de polders in de driehoek gevormd door Brugge, Oostende en Knokke oefenen bijvoorbeeld een bijzondere aantrekkingskracht uit op kleine rietganzen (gemiddeld tussen 20 000 en 37 000) en kolganzen (gemiddeld tussen 23 000 en 34 000). Nergens anders in Vlaanderen bereiken overwinterende ganzen zulke hoge aantallen als hier.
Vooral voor de kleine rietgans zijn onze kustpolders rond Damme van grote betekenis: in strenge winters overwintert hier het grootste deel van alle kleine rietganzen die op Spitsbergen broeden! Deze dieren hebben dan een lange reis achter de rug via de Noorse en Deense kust (Lofoten en Jutland) over Friesland tot in Vlaanderen.
Wanneer de vorstgrens in het Noorden zuidelijk afzakt, komen de vriezeganzen massaal naar Damme en omgeving overwinteren. Ze volgen als het ware de vorstgrens!
Of er een duidelijk verband is tussen vriezeganzen en een strenge winter is tot op heden echter nog steeds niet te bepalen..
Groeten,
Kimme
Quote selectie