Systematische afwijkingen in de ECMWF verwachting

Bericht van: Ben (Lelystad) , 31-10-2005 13:20 

Er was zonet enige vraag naar de afwijkingen van het GFS en ECMWF model. Ik zal beginnen met het ECMWF model omdat hier het minst van bekend is.

Over modellen
Allereerst een algemeen diagram over de prestaties van de diverse mondiale weermodellen.


Figuur 1: die-off van diverse modellen van de ACC (anomalie correlatie coefficient) voor Z500

Opmerking: Z500 staat voor de geopotentiale hoogte van het 500 hPa drukvlak

Het ECMWF model is duidelijk dominerend, gevolgd door het UKMO en GFS. Op enige afstand volgen dan nog NOGAPS en GEM. Uit een uitgebreidere verificatie (hier niet afgebeeld) blijkt verder dat het JMA en GME nog ietsje slechter scoren. De zwarte lijn bij 0,6 geeft de grens voor "betrouwbaar" aan.

Er bestaan een aantal misconcepties over weermodellen. Ik noem er een aantal:
Nu zal ik een aantal afwijkingen van het ECMWF model behandelen.

Circulatiepatronen

Figuur 2: systematische Z500 fouten (afwijking dam), links voor D+3 en rechts voor D+10, over de winters (maanden DJFM) in de periode 2001-2003

Uit bovenstaand plaatje blijkt dat het model een aantal hardnekkige afwijkingen heeft als het gaat om de grootschalige circulatiepatronen. Die afwijkingen hebben in de gematige breedten op de korte termijn vooral te maken met amplitudeproblemen (diepte hoogtetroggen) en op de middellange termijn met faseproblemen (zonaal, geblokkeerd, enzovoorts). We zien bij D+1 dat het model problemen heeft met de juiste inschatting van hoogtetroggen boven de oceaan, terwijl we bij D+3 ten westen en noordwesten van Groot-Britannië een duidelijke negatieve bias in de verwachtingen voor de Z500 zien. Dit laatste betekent dat in werkelijkheid de Z500 hier hoger was dan verwachting. De conclusie is dus dat het model de rugvorming ten westen van het Europese continent op de middelbare termijn vaak onderschat (m.a.w. het model is te zonaal, gemiddeld gezien 2-5% te weinig 'geblokkeerde dagen', zie figuur 3). Of dit ermee te maken heeft dat het model wellicht naar een klimatologisch evenwicht groeit of dat hier andere oorzaken voor zijn is onduidelijk.


Figuur 3: frequentie van geblokkeerde dagen uitgezet naar breedtegraad

Bewolking
Een aantal structurele afwijkingen bestaan, die veel invloed hebben op de temperatuurverwachting:
Vooral de punten m.b.t. stratocumulus en de onderschatting van de ijshoeveelheid in bewolking (met dientengevolge een potentiële onderschatting van neerslag) zijn iets om rekening mee te houden.

Tropische cyclonen
Het ECMWF heeft doorgaans veel problemen met tropische cyclonen in het Atlantisch gebied. De "track-error" (fout in het pad) voor D+1 bedraagt ~200 kilometer, de UKMO verwachting ~125 kilometer en de officiële verwachtingen van het National Hurricane Center ~95 kilometer (stand 2004). Verder blijkt dat het model grote problemen heeft in de overgang van tropisch naar extra-tropisch wat een grote mate van onzekerheid in de verwachting introduceert. Hoewel andere modellen hier vanzelfsprekend ook last van hebben, heeft o.a. het Amerikaanse GFS hier beduidend minder last van omdat men in dit model meer energie gestoken heeft in het accuraat verwachten van tropische cyclonen. Uiteraard heeft dit ook te maken met de jaarlijkse impact van orkanen voor de V.S. i.t.t. de niet-bestaande impact in Europa. Het Ensemble Prediction System (EPS) van het ECMWF vertoont overigens een beduidend betere 'skill' in track-error voor tropische cyclonen, maar daarentegen laat de verwachting voor de kracht van de systemen weer te wensen over (zelfs als men kijkt maar de kansverwachtingen).

Bronnen:
- ECMWF newsletter 94, 100
- Meteorologica, div. nummers

Systematische afwijkingen in de ECMWF verwachting   ( 1216)
Ben (Lelystad) ( 13m) -- 31-10-2005 13:20
  Interessant !  
Marcus (Sleidinge ) -- 31-10-2005 18:03
Re : Duidelijk en helder betoog(je)   ( 461)
Jorr(Utrecht) -- 31-10-2005 13:16