Wanneer het in deze tijd onbewolkt is, de zon staat laag of is onder, dan heb je te maken met uitstraling, verlies van warmte. Alles koelt af en vooral auto´s krijgen een lagere temperatuur dan de omgevingslucht. Het omgekeerde van instraling wanneer voorwerpen warmer worden dan de omgevingslucht. Als de lucht al vochtig is en nog verder afkoelt dan slaat al dat vocht neer op de koudste voorwerpen of oppervlakken. We hebben dan te maken met dauw of rijp. Vooral bij windstil weer en schone lucht met weinig vuildeeltjes of condensatiekernen wil het niet mistig worden en slaat er heel veel vocht neer.
Als er mist gevormd is en deze is dik genoeg dan kan de mistlaag als een deken werken die de uitstraling tegenhoudt, voorwerpen en oppervlakken worden NIET kouder dan de omgevingslucht en er slaat geen vocht neer, de temperatuur kan zelfs iets stijgen. Alles blijft voorlopig droog.
Wanneer de mist in beweging komt door windtoename kunnen bomen veel mistdeeltjes "vangen" en gaan druppen, er vormen zich plasjes onder de boom, vaak een teken dat de mist verdwijnt doordat de wind voor menging zal zorgen en meestal nog verder toeneemt door drukdalingen a.g.v. een naderende depressie.
Quote selectie