Persoonlijk heb ik altijd de neiging onalledaagse weergebeurtenissen - ook al betreft het iets schier onbelangrijks - soms even in het achterhoofd te houden.
Ik doe dat bijvoorbeeld met de afloop van het weer van vandaag. De lucht is prachtig aan het afschonen, nadat de wind is gaan ruimen naar het noordoosten. Bovendien is de noordoostenwind nadrukkelijk aanwezig!
Ik vind dit weersverloop nogal opvallend. Uiteraard het kan best een te verwaarlozen incident betreffen, maar ongewoon is het en het leuke is, dat je aan de vooravond van bijzondere seizoenen eigenlijk altijd van dit soort "signalen" kunt vinden.
Ik noem hieronder een paar die mij bijgebleven zijn. Het hoeft misschien op zich niets te betekenen hebben gehad, maar later in de tijd toen het Grote Werk volgde herinnerde ik mij deze kleinoodjes.
Tijdens de eerste (vroege) warmtegolf van het seizoen stagneerde de opmars van zomerlucht in Noord-Nederland op donderdag 6 mei 1976. Dat kwam toen door het invallen van een noordoostelijke zeewind, welke zich kon gaan uitleven na de ontwikkeling van een afzonderlijk hogedrukgebied boven de Noordzee in samenwerking met drukdalingen boven het continent. De ontwikkeling die zich toen in het klein voordeed, voltrok zich later op explosieve wijze en in veel groter verband tijdens de legendarische hittegolf van 23 juni - 11 juli en wel in het weekend van 26-27 juni.
Verrassend heb ik ook altijd gevonden de vlagerig waaiende noordoostenwind op zondag 1 oktober 1978. Later nog was er de verrassende winterse mini-putsch op 5/6 december. Dit sublimeerde allemaal tijdens de meest aangrijpende scènes van deze winter 1978/1979, o.m. tijdens de overrompelende vorstinval van 29-31 december. In het voorportaal van winter 1978/1979 heb ik ook als unicum ervaren de wonderschone dinsdag 19 december met de prachtige zwaar berijpte natuur bij zeer heldere hemel na het optrekken van een dichte vorstmist.
Ook van de winter van 1962/1963 zijn in het voortraject enkele ontwikkelingen aan te wijzen, waarbij het gemak opvalt, waarmee de koude Scandinavische lucht naar het zuidwesten kon wegvloeien en o.m. ons land kon binnenstromen.
Hiermee zij allemaal niets gezegd van de aanstaande winter. Maar wel gesuggereerd. Ik suggereer namelijk dat het heel wel mogelijk is, dat de ongewone gebeurtenissen tot nu toe in oktober later wel degelijk voorsignalen zullen blijken te zijn tot een schitterende winter.
Of dat gaat gebeuren, moeten we gewoon afwachten natuurlijk en in die zin kan ja pas achteraf recht van spreken hebben. Niettemin - maar ik geef eerlijk toe niet bekend te staan als de minst wishful thinking Dutchman op wintergebied -zal ik met belangstelling het vervolgtraject naar de aanstaande winter volgen. In mijn ogen is die winter namelijk geenszins uitverkocht na de vroegtijdige oktoberkoude. Wel hoop ik conform hetgeen reeds naar voren is gebracht door Chris van den Bosch, dat november zich qua winterkou kan beheersen. Zelfs tijden met een zwakke westcirculatie hoeven niet te verontrusten. Al geef ik er wel de voorkeur aan, dat het kader van de geblokkeerde patronen zichtbaar blijft. Maar dat kan net zo goed met continentale hogedruk (zie ook nov. 1978).
Ik moet er wel bij aantekenen, dat sommigen de koude van de laatste decade van oktober al toerekenen aan de periode waarin ook de 1e helft van november valt. En daarin wordt dit niet als een positief voorteken voor de winter beschouwd. Het zal mijn neiging tot wishful thinking wel zijn die mij op dit punt niet belemmert al ongestoord te dromen van een serieuze kans op méér komende winter. Daartoe zoek ik mijn toevlucht tot mijn simpele idee - maar wie kan het mij afnemen - dat 2003/2004 behoort tot een winterfamilie waarin spraakmakend streng winterweer behoorlijk in de genen vertegenwoordigd is, onverbrekelijk als het seizoen via de 8-jarige periode verbonden is met de winters van 1996-1988-1980-1972-1964-1956-1948-1940. Als oktober met al zijn ongewone wintertoestanden al aan het anticiperen is op de komende winter, dan kan ik mijn enthousiasme al moeilijk meer in toom houden. Echter, zo zeg ik er realistisch als ik ergens toch ook wel weer ben bij, echter tot de geselecteerde set winters behoort ook 1931/1932. En in oktober vinden we daarin al vroege matige vorst en sneeuw! Er volgde een normale winter.
Quote selectie