Winterfrustraties: voorkomen, (nog) niet te veel hopen (MC)

Bericht van: Stefan (Maarssenbroek-Utrecht) , 21-12-2005 16:57 

Tja ik roep al dagen dat we nog echt moeten afwachten en dat het nog alle kanten op kan. Op korte termijn veranderen de details zelfs steeds en wat op lange termijn gebeurt is nog niet helemaal duidelijk. Als het om een weerbeeld gaat met een wat winterse tintje ben ik wat positiever dan als het gaat om een heuse vorstperiode met schaatsijs. Want dat verwacht nu echt nog niet. Tja ik weet dat bij vele het winterhart harder gaat kloppen met de wat mooiere kaarten en dat ik hier straks toch weer flink er van langs ga krijgen, maar toch.

Ik las net een artiel op MC. Ik vind het een “mooie” artikel en kan me er helemaal in vinden. Voor offciële artikel:

http://www.weer.nl/bijzonder/verhaal.phtml?onderwerpnaam=winter&verhaal=winterfrustraties09122005


Dit is de tekst van het artikel:

Winterfrustraties, begrijpelijk, maar deze zijn te voorkomen! [/b


vrijdag 09 december 2005
“Om gek van te worden” zullen sommige winterliefhebbers zeggen. Opnieuw blijkt dat prachtige winterse scenario’s, door sommige atmosfeermodellen geschetst op een a twee weken vooruit, niet realiseerbaar zijn gebleken. Om het maar eens origineel te zeggen: “weerberekeningen voor de toekomst, bieden geen garantie voor het weerbeeld in het heden.” Ook ditmaal lijkt het voor een goeddeel mis te gaan. Geen krachtig Scandinavisch hogedrukgebied dat garant staat voor een dagenlange stevige oostelijke bries in de Lage Landen, met aanvoer van vrieslucht. Daarvoor in de plaats neemt het hoog zeer snel de kuierlatten richting het zuidwesten en wat is het resultaat? Een paar nachtjes met stralingsvorst (als het meezit) en daarna al snel, zodra we aan de noord- of oostkant van de hogedrukas zijn gekomen, het binnenstromen van zachtere zeelucht vanuit het westen tot noordwesten.



Vandaag was het in delen van het land zonnig, zonder dat het er winters uitzag, overigens.

Hoe komt het toch dat de winterliefhebbers in ons land zo vaak teleurgesteld worden, een teleurstelling die juist door die veelbelovend lijkende berekeningen, die vervolgens niet gerealiseerd worden, verder worden aangewakkerd? Wel, het lijkt erop dat we met het bekijken van de kaarten, geldig voor de nabije tot iets verdere toekomst te weinig de klimatologie in het oog houden. Het blijkt dat we qua winterweer, zeker in december, gewoon al teveel willen, terwijl we het op basis van de klimatologie verstandiger is om met beide benen op de grond te blijven staan. In ons huidige klimaat blijkt dat onvervalst winterweer in december gewoon een tamelijk bijzonder weersverschijnsel is en “tamelijk bijzonder” weer vindt nu eenmaal véél minder vaak plaats dan een “doorsnee” weertype.



vergroot
Een winterkaart om van te watertanden... Als die kaart echter nog verre toekomstmuziek is, is het verstandig het enthousiasme nog wat getemperd te houden, want...

Een voorbeeld maakt dat duidelijk. Stel dat een weerkaart vandaag, geldig voor, pakweg over een dag of tien, een winterse setting zou laten zien (dat is nu trouwens niet echt het geval) met een stevige oostelijke wind. En laten we puur in gedachten dan eens schatten dat daar in De Bilt temperaturen bij horen van -1 graad maximaal en -7 graden minimaal. Winterliefhebbers zullen dan vurig hopen dat die bewuste kaart wordt gerealiseerd, sterker nog, sommigen zullen wellicht nog argumenten zoeken (en vinden!) dat het misschien zelfs nog wel een tikje kouder zou kunnen worden, mocht dit scenario uitkomen! De klimatologie doet ons echter in dit geval ruw uit onze dromen ontwaken.



...niet zelden is dat hoog minder honkvast dan het lijkt en volgt er in plaats van een stevige vorstperiode, een zwak winterveegje!

Als we ons beperken tot het huidige klimaat en daarom dus de periode nemen van 1971 tot en met heden, dan bedraagt de gemiddelde decembertemperatuur in Midden-Nederland en meer specifiek in De Bilt 4.0 graden, naar beneden afgerond. Als de hierboven genoemde virtuele kaart dan suggereert dat het in De Bilt wel eens -4 graden gemiddeld zou kunnen zijn, dan zitten we daarmee dus acht graden onder de norm! Dat is een enorme afwijking naar beneden en puur alleen al daarom is de kans groot dat, als de kaart eenmaal realiteit is geworden, het minder koud zal zijn, zelfs al zou hij min of meer gerealiseerd worden. In een pluimverwachting bijvoorbeeld, zullen we in dat geval zien dat de operationele run bijna de koudste is. Dat is dan ook logisch. Een verandering in de begintoestand zal er dan zeer vaak toe leiden dat de scherpste kantjes van de kou worden afgehaald. De kans dat een verandering in dit geval leidt toch nóg extremere kou, is immers véél kleiner dan de kans dat die verandering leidt tot een zachter scenario. Vergelijk dat maar eens met het gooien van twee dobbelstenen. Als je “drie” gooit en je gooit nogmaals, dan is de kans natuurlijk groot dat je hoger gooit, in plaats van opnieuw “drie” of zelfs “twee!”



Uiteraard is het belangrijk wat er in het "achterland" gebeurt. Pot zich daar een flinke hoeveelheid kou op, dan is de kans op winterweer, als de wind naar het oosten draait, natuurlijk een stuk groter.

Bij het sec interpreteren van een weerkaart die geldig is voor 7 tot 14 dagen vooruit, is het dus belangrijk om de klimatologie in het oog te houden. Dat geldt trouwens dus ook voor een superzachte kaart, die bijvoorbeeld maximumtemperaturen van 12 tot 14 graden in het vooruitzicht stelt. In dat geval is de afwijking zo’n 6 tot 8 graden bóven de norm en is het waarschijnlijk dat, zelfs als deze kaart min of meer wordt gerealiseerd, het in werkelijkheid wat minder zacht zal zijn.

Dit betekent natuurlijk niet dat een extreem scenario nóóit gerealiseerd zal worden. Zelfs als je vijf dobbelstenen tegelijk gooit, dan zal het een enkele keer voorkomen dat je in één worp vijf enen of vijf zessen gooit. Maar, om ons te blijven concentreren op “interessant” winterweer, matige tot strenge en ook aanhoudende vorst heeft zich in december gemiddeld slechts één of twee keer per tien jaar voorgedaan in ons land gedurende de afgelopen 35 jaar en in de nabije toekomst zal dat beeld wellicht niet veel anders zijn. Dat sommige atmosfeermodellen desalniettemin vrijwel ieder jaar, en niet zelden zelfs meerdere keren met tussenposen na elkaar, wel eens een dergelijk winters weerbeeld tevoorschijn toveren, doet daar niets aan af. Een aldus voorgeschoteld droomscenario zal dus in minstens acht van de tien gevallen inderdaad een droom blijken te zijn. Laten we maar eens kijken wat er zoal de laatste 35 jaar op winters gebied mogelijk was in december.



Deze foto is genomen op de laatste dag van de tweede koudegolf die sinds 1971 in december begon, namelijk op 11 januari 1997.

Laten we maar eens met het meest barre winterweer beginnen, een zogenaamde koudegolf. De eis is behoorlijk streng. Er is sprake van een koudegolf indien er minimaal vijf ijsdagen op rij optreden (vijf etmalen met aanhoudende vorst dus) en daarbij moet op minstens drie van deze vijf etmalen het kwik op enig moment -10 graden of lager zijn geweest. De laatste keer dat we een dergelijke koudegolf mochten beleven was die van 31 december 1996 tot en met 11 januari 1997, al weer bijna negen jaar geleden dus. Gebleken is dat er sinds 1971 geen enkele koudegolf is geweest, die grotendeels in december viel. Sterker nog, er is in die toch best lange periode slechts nog één andere koudegolf te vinden die, net als bovenstaande, ook ternauwernood in december begon en die liep van 31 december 1978 tot en met 6 januari 1979.

Uit dit beeld blijkt overduidelijk dat een aanhoudende reeks van ijsdagen met ’s nachts ook strenge vorst, in de huidige moderne tijden in december eigenlijk niet is voorgekomen. Het gemiddeld aantal nachten met strenge vorst in De Bilt ligt voor december dan ook op nul, zij het afgerond naar beneden. Uiteraard is de situatie voor oostelijk en noordoostelijk Nederland wat gunstiger, maar winterliefhebbers die wonen in de Randstad of Zuidwest-Nederland hoeven wat dat betreft dus helemaal geen illusies te koesteren.



Deze foto is genomen op de eerste dag van de tweede koudegolf die sinds 1971 in december begon, namelijk op 31 december 1978.

Toch is ook tegenwoordig de situatie wat minder beroerd dan in de alinea hierboven werd gesuggereerd, want zo nu en dan wil het ook in ons Kikkerlandje best winteren in december. Als we die eis van een koudegolf eens drastisch verzachten en daarvoor in de plaats eens een nieuwe naam en definitie opstellen, dan krijgen we bijvoorbeeld het volgende: “Er is sprake van een vorstperiode, indien de gemiddelde etmaaltemperatuur gedurende minimaal vijf dagen op rij beneden het vriespunt ligt.” Inderdaad een veel mildere eis, want in dit geval hoeft er niet eens sprake te zijn van ijsdagen, zolang de vorst in de nachtelijke uurtjes maar méér voorstelt en/of langer duurt dan de dooi in de middag.



Na een stevige nachtvorst, is het ijs "eenddik". Tot schaatsijs is het in december sinds 1971 meestal niet gekomen.

Kijken we nu naar het voorkomen van deze vorstperiodes in de De Bilt gedurende de periode vanaf 1971, dan ontstaat er een veel gunstiger beeld. In totaal 14 keer, dus gemiddeld één keer per twee of drie jaar, vond er aldaar een vorstperiode plaats, die begon óp of vóór 31 december. Daarvan liepen er zes door tot in januari, waaronder dus de twee eerder genoemde koudegolven. Vijf vielen geheel in december en een drietal vond nog vroeger in het seizoen plaats en vielen voor een deel, en in één geval (in 1998) zelfs geheel in november. De vroegste vorstperiode in De Bilt begon op 18 november 1993 en duurde maar liefst tot en met 1 december, een reeks van 14 dagen! Winterse mogelijkheden genoeg dus!

Na dit tamelijk positieve geluid, is het nu dan tijd om opnieuw de andere (negatieve) kant van de medaille te tonen. Veertien vorstperiodes in 35 jaar deels in december betekent dat het in het merendeel van de jaren dus niét zo wil lukken met de vorst gedurende de eerste wintermaand. Sinds 1971 was de koudste decembermaand in De Bilt die van 1995, met een gemiddelde etmaaltemperatuur van -0.9 graden. Om echter op het gemiddelde van 4.0 graden uit te komen, moesten daar dus wel vijf andere decembermaanden tegenover staan die één graad te warm verliepen. Een wintermaand van 5.0 graden gemiddeld, biedt maar weinig ruimte voor winterweer dat uitstijgt boven een speldenprikje of een veegje…



Gemiddeld telt december vijf sneeuwdagen, met inbegrip dus van alle situaties met natte sneeuw. Niet om echt van onder de indruk te raken.

Ook de andere klimatologische cijfertjes geven aan dat we soms al het winterweer in één klap opsouperen en dat we daar dan weer jaren op moeten teren. Gemiddeld telt december twee ijsdagen, maar alleen december 1981 had er al tien, dus om op dat gemiddelde van “twee” te komen, waren vier andere decembermaanden met geen enkele ijsdag nodig! December 1995 had 26 vorstdagen, maar de norm is 12 vorstdagen. Het verschil van 14 vorstdagen is van de andere decembermaanden “afgesnoept”. Een vergelijkbaar verhaaltje kan ook worden opgehangen betreffende het aantal sneeuwdagen. Een sneeuwrijke december wordt (helaas) gecompenseerd door meerdere sneeuwarme decembers.



Helaas is dit druilerige, herfstachtige beeld schering en inslag in december...

De moraal van dit verhaal moge duidelijk zijn. Wees in december voorzichtig met het al te letterlijk interpreteren van zeer winterse kaarten die een vorstperiode beloven, voor zover deze nog slaan op een periode van pak weg, één tot twee weken vooruit. De kans dat ze zo gerealiseerd worden, is klein, zelfs als die visie door meerdere modellen wordt ondersteund. Voor extreem zacht weer geldt overigens hetzelfde. Pas als de berekeningen nabij schuiven tot ongeveer 3 tot 6 dagen vooruit, wordt de kans wat groter dat ze gerealiseerd zullen worden. Ook de pluimverwachtingen zijn daarbij belangrijk. Kijk niet alleen enthousiast naar die paar koude lijntjes, waarin zich ook de “oper” bevindt, maar neem ook goed nota van die members die naar +8 graden gaan. Winterhoop koesteren is goed, maar verlies de klimatologische realiteit niet uit het oog. Dat kan teleurstellingen verzachten of zelfs voorkomen en dan komt er wellicht zelfs ruimte vrij voor meevallers! En dat is veel beter voor de gemoedstoestand.

Nog een laatste opmerking tot slot. Mocht die vorstperiode dan toch eindelijk voor de deur staan, wees vervolgens dan ook voorzichtig met het ver vooruit kijken om te schatten hoe lang het blijft vriezen. In ons land blijft het maar hoogst zelden langer dan 5 tot 10 dagen achtereen vriezen. De 21 ijsdagen op rij in het oosten van het land in december 1996 en januari 1997 vormen vrijwel een unicum. De kans dat, één dag voor de vorst invalt, er op de lange termijnkaarten alweer een dooiaanval verschijnt, zal derhalve meer dan 95% zijn. Laat je ook daarom niet teleurstellen, maar geniet in dat geval van het winterweer dat nog staat te gebeuren.


Bron: Klimaatatlas, Eigen archief , Meteo Consult

zoek op trefwoord in nieuwsarchief





Geef uw reactie op dit verhaal

Wat vond u van het verhaal


Heeft u nog op of aanmerkingen


Uw naam


Uw email adres (eventueel)




















http://www.weer.nl/bijzonder/verhaal.phtml?onderwerpnaam=winter&verhaal=winterfrustraties09122005
StayV the Weather and Piano man.

Winterfrustraties: voorkomen, (nog) niet te veel hopen (MC)   ( 244)
Stefan (Maarssenbroek-Utrecht) -- 21-12-2005 16:57
  😉  
Saskia (Wageningen) ( 11m) -- 21-12-2005 17:10
Re : 😉   ( 46)
Stefan (Maarssenbroek-Utrecht) -- 21-12-2005 17:15