Winter 1683-1684:
Eind november wordt het koud en mistig. De winter valt pas in op 2de Kerstdag, de ouverture op een van de beruchtste koudegolven van de laatste eeuwen. Er volgt een aaneengesloten periode van 43 vorstdagen. Vanuit Den Helder rijdt men met paardenslee naar Texel, Vlieland, Terschelling en Ameland.
15 februari dooit het sterk en 16 februari staat er een zuidwesterstorm. Pas op 5 maart varen schepen (trekschuiten) weer op Amsterdam.
Stukje uit het KNMI-personeelsblad dat het weer overnam uit deel 5 van Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen (dat nog uit moet komen) van de bekende Jan Buisman.
Quote selectie