Want de winter van 1985 was een schoolvoorbeeld van de onjuistheid van die kwakzalverstheorie. De hoogwinterse drukverdeling was in januari én februari van een ongekende schoonheid. Het was ook een zeer sneeuwrijke topwinter. Ik heb in die winter bijna 5 weken geschaatst.
De eerste vorstperiode (3/1 tot 21/1) was zonder meer de mooiste uit mijn hele leven, met zeer veel sneeuw (geaccumuleerd bij mij in het vlaamse laagland méér dan 50 cm) en weken met strenge tot zeer strenge vorst. Reeds die eerste diepwinterse periode van maar liefst drie weken had zeker en vast elfstedentochtallures, maar de tocht is enkel vanwege de overvloedige sneeuw toen (nog) niet door kunnen gaan. De winter keerder op 7 februari 1985 echter terug en twee en een halve week later werd de Tocht toch gereden (zij het op de eerste dooidag).
Het voortraject van die superwinter was echter verre van hoopgevend geweest, mer in november dagenlang een warm Bartletthigh dat ons in een zeer zachte zuidstroming dompelde en in december zelfs enige tijd een zeer zachte WC. Enkele plaatjes ? Goed, zie hoe het kan veranderen.