Er circuleren diverse definities van vorstperioden. Zowel enkelen bij het KNMI, Meteoconsult, Alwin Haklander als onder getekende laten daarvan af en toe iets weten.
Mijn definitie luidt :
Een aaneengesloten periode van tenminste 5 Hellmanndagen (Tg<0) met daarin minstens 3 ijsdagen (Tx<0)
Als het minstens 5 ijsdagen moeten zijn, dan zal de definitie veel te streng zijn en tegen de definitie van koudegolf aanleunen. Een periode dat de temperatuur beneden 0 moet liggen zal in de praktijk onhoudbaar blijken. Veel interessante vorstperioden vallen daar buiten. Je kunt dat zelf nagaan met de data die bij het KNMI te halen zijn.
Bij MC lees ik af en toe : 5 Hellmanndagen. Dat lijkt me een te lichte definitie. Zwakke perioden met nauwelijks ijs komen dan ook in aanmerking voor de kwalificatie : vorstperiode.
Alwin en ik voelen ook veel voor deze : Tenminste 5 aaneengesloten Hellmanndagen met een totale K>=16.
Daarmee ben je vrij zeker van een minimum voor beschaatsbaar ijs.
Ik heb ook gedacht aan 5 vorstdagen met daarin 3 ijsdagen. Deze heb ik verworpen omdat de impact van een Hellmanndag wijst naar deze als centraal criterium. Een vorstdag kan een gemiddelde hebben dat vrij ver boven 0 ligt. De vorst heeft dan nauwelijks enige betekenis.
Groet,
Cees
Quote selectie