Bij gradiëntwind zijn drie krachten aanwezig: de drukgradiënt (G,gericht naar het centrum van een laag en weg van het centrum van een hoog), de corioliskracht (C, gericht naar rechts t.o.v. de beweging op het NH) en de centripetale of middelpuntzoekende kracht(a). Deze laatste is het vectorieel verschil tussen beide andere krachten en zorgt er voor dat een luchtdeeltje een gebogen baan kan volgen. Onthoud dat a=v²/r en v~C en probeer het je voor te stellen (met een tekening of zo).
Nu:
1) cyclonale circulatie: G levert de centripetale kracht. Dus G is groter dan C, want de lucht beweegt naar de kern van een L toe. Dus de windsnelheid is relatief laag.
2)anticyclonale stroming:C levert nu de centripetale kracht, maar C is nu groter dan G. Tengevolge daarvan is nu ook de windsnelheid hoger.
Vandaar dat de windkracht groter is rond een hoog dan rond een laag bij eenzelfde afstand van de isobaren.
Nog meer weten? Zal wel voor morgen zijn dan
Quote selectie