De drie belangrijkste patronen van variabiliteit op 100 hPa

Bericht van: Alwin (Zeist-West) , 26-01-2006 18:49 

Hoi mensen,

Voor mijn werk heb ik de EOFs (Empirische Orthogonale Functies) van het geopotentiaalpatroon op 100 hPa berekend. Dit voor de periode 1958 t/m 2002 en voor gemiddelden over januari + februari (ERA40 data).
De EOFs geven de dominante ruimtelijke patronen weer van interjaarlijkse variabiliteit in het jan/feb gemiddelde hoogteveld op 100 hPa, ten noorden van 20N.
Het EOF1 plotje laat in feite zien dat de poolwervel het ene jaar sterk is en het andere jaar zwak. (Eenheid is meters.) Het grootste deel van de variabiliteit in het jan/feb stromingspatroon op 100 hPa van jaar tot jaar wordt door dit ruimtelijke patroon verklaard.
Het EOF2 plotje toont het tweede ruimtelijke patroon van variabiliteit, en is zodanig berekend dat dit tweede patroon totaal niet correleert met het eerste patroon. Tenslotte het EOF3 plotje, dat het op twee na belangrijkste patroon van ruimtelijke variabiliteit laat zien, ook weer onafhankelijk van EOF1 en EOF2.
Het teken van de patronen is trouwens totaal willekeurig.
Toch zou je zo op het eerste gezicht zeggen dat EOF1 en EOF2 wel degelijk met elkaar te maken hebben. Je ziet bijvoorbeeld op beide kaarten een dipool boven de Noord-Atlantische sector.
Om de patronen op een fysische manier te scheiden en te vereenvoudigen kunnen de EOFs geroteerd worden, zodat er meer regionale fenomenen zichtbaar worden. (Hiervoor heb ik de zogeheten varimax rotatiemethode gebruikt.) Het resultaat zie je in de REOF plotjes. Opvallend is dat REOF1 het PNA (Pacific/North-America) patroon geeft en REOF2 het NAO (North-Atlantic Oscillation) patroon.
Dat is zomaar even een leuk resultaatje van het werk van vandaag; tijd om naar huis te gaan. 🙂

Groet,
Alwin








P.S. Hier zijn de PNA en NAO patronen op 500 hPa volgens het NCEP. Komt goed overeen he!


De drie belangrijkste patronen van variabiliteit op 100 hPa   ( 254)
Alwin (Zeist-West) -- 26-01-2006 18:49