Slechte winters: zijn dat niet die halfjaren dat het wintergevoel stokt bij een enkele noord-noordwest-flatsenveeg; waarin in de drie maanden een dag of vier zich zo vriendelijk opstelt de temperatuur nog onder de min vijf te laten komen en een enkele het kwik laat tippen aan de strenge barrière? Een vliesje op de tuinvijver, een tapijtje onderaan het dakraam en één mooie heldere winterochtend waarbij ‘s nachts een miniem kwaliteitsdekje tot stand is gekomen en verder alleen wind, regen en hoge temperaturen. Dat zijn toch slechte winters?
Maar wat nu als zo’n vliesje er bijna een halve maand ligt, deze de mogelijkheid tot schaatsen toelaat en het tapijtje onderaan het dakraam een restant is van vijfentwintig centimeter sneeuw? De heldere winterochtend is weliswaar niet helder, maar wel uniek, met zijn uitsneeuwende mist en ruwe rijp. Bovendien is het er nu niet één, maar zijn het er drie: achter elkaar! Hoge temperaturen zijn er niet geweest, veel heeft het ook niet geregend en de wind? Die kwam eigenlijk alleen maar voor in combinatie met sneeuw en lage temperaturen.
Moeilijk dus, maar één ding staat wel vast. Ik beleef de beste winter in jaren!