Een grove vuistregel is dat er bij 6 graden boven nul bij buiensituaties nog sprake kan zijn van sneeuw en bij 2 of 3 graden boven nul tijdens de passage van fronten. Bij temperaturen boven nul spreekt men zoals eerder genoemd, van natte sneeuw. Overigens geeft een temperatuur van 2 of zelfs 0 graden tijdens frontpassages geen garantie op sneeuw. Veel hangt namelijk af van wat de temperatuur van de bovenlucht is. Een indicatie geeft de temperatuur op het 850hPa-vlak, dat zich gemiddeld op bijna 1500 meter hoogte bevindt. Tijdens onstabiele situaties(met een verticale temperatuurgradiƫnt van een graad per 100 meter) moet op dit niveau de temperatuur van de lucht circa -10 graden zijn, wil er een gerede kans op sneeuwbuien zijn. Aan de grond is de temperatuur dan +5 graden of lager. Op 3000 meter hoogte wordt dan gewoonlijk een temperatuur van circa -20 graden gemeten. Tijdens frontale sneeuwsituaties worden op het 850 hPa-vlak gewoonlijk temperaturen van -5 tot -8 graden gemeten. Toch moet bedacht worden dat dit vuistregels zijn. De opbouw van de atmosfeer kan qua temperatuur afwijken, terwijl de luchtvochtigheid op de diverse hoogteniveau's vooral bij buien een belangrijke rol speelt. Een zogeheten warmtetong, voorafgaand aan een warmtefront kan de temperatuur op bovengenoemd vlak tot aan het vriespunt brengen, terwijl er toch sneeuw kan vallen. Intensieve neerslag kan de middelbare en onderste luchtlagen doen afkoelen. Ook morgen is er kans op wat sneeuw, maar ik acht die kans klein.
Quote selectie