Enige tijd geleden heb ik alle data van De Bilt onderzocht op koudste en warmste perioden van 7, 30, 90 en 365 dagen sinds 1901. Zie tabelletje.
Bron : KNMI
De warmste week mat De Bilt tijdens de bizarre hittegolf van 1923. Een zomer die verder zeer koel verliep. Mei 2,4 onder normaal, juni 3,6 te koel, juli 1,5 te warm, augustus weer 1,4 onder normaal en september 1,4 onder normaal. (Normalen van 71-00).
Het gemiddelde van de drie zomermaanden bedroeg 15,5°C; dat is 1,1 onder de normaal van 71-00. Van de 76,6 punten voor het warmtegetal zaten er 66 in de hittegolf van 5 t/m 15 juli 1923. Tijdens die hittegolf bedroeg het gemiddelde van de middagmaxima 31,1°C, met als topper 34,8 op 11 juli. Die warmste week (8 t/m 14 juli) telde maar liefst 4 dagen met een etmaalgemiddelde boven 25°. Even veel als bv de zomers van 47 en 48. 1976 telde 5 van die superwarme dagen.
Warmste maand in 1994 lag een beetje voor de hand natuurlijk. Ook het warmste seizoen in 1947 kan iedereen uit zijn blote hoofd bedenken. Opvallend vind ik wel, dat het van eind juni tot eind september loopt, dus ongeveer volgens de zgn astronomische zomer.
Het warmste jaar zou menigeen plaatsen in de buurt van 1989 of 1990. Daar moest wel die "warme" winter van 90 in zitten met een gemiddelde van 6,0°C. De zomer van 89 was iets warmer dan 1990.
Bij de koudste perioden valt op, dat 1942 de kampioen is op de "korte baan". Niet 1929 had de koudste week, maar 1942. (In een periode van 5 dagen wint 1929 het wel met een gemiddelde van -12,4 over 11 t/m 15 februari)
En dan de koudste "maand", hier gerekend als periode van 30 dagen. Als kalendermaand kennen we februari 1956 als de koudste met een gemiddelde van -6,8 in De Bilt. De koudste periode van 30 dagen kende in 1956 een Tg=-6,7. Dit wordt dus in 1942 nog ruimschoots verslagen met een Tg=-7,9°C!
De koudste winter moest natuurlijk 62/63 zijn. Hier volgt de koudste periode vrijwel exact de meteorologische winter, van 2 december t/m 1 maart. Ongehoorde klasse, die winter. De enige smet was de dooiperiode met een heuse storm van 8 t/m 20 december. De poorten gingen voor Thialf open, toen de “kerstdepressie” bij de zuidpunt van Groenland bleef hangen en de drukstijgingen aan de rand van het Europese continent initieerde.
Nog steeds vind ik de opmerking van het KNMI op 21 december 1962 intrigerend :
" In Oost-Europa heerst hevige kou, terwijl het in Frankrijk en op de Britse Eilanden juist heel zacht is. Nederland bevindt zich in het overgangsgebied tussen twee weertypen; in het noorden van het land temperaturen om het vriespunt en in het zuiden 6 tot 8 graden boven nul. Aangezien grote luchtdrukstijgingen in onze omgeving voorkomen, is te verwachten, dat de wind afneemt en dat de scheidslijn tussen koude en zachte lucht boven ons land blijft liggen." Ongeveer 14 uur later stroomde de Oost-Europese kou met volle kracht ons land binnen!
Dat omstreeks 1963 het koudste jaar is gemeten ligt ook voor de hand. Koud voorjaar in 62, een zeer koele zomer, een weinig opvallende herfst en een extreem koude winter bijeen. Van de maanden maart 62 t/m februari 63 waren er 11 te koud. Alleen oktober scoorde met 10,8 in de plus. Het gemiddelde over 71-00 bedraagt 10,3 en ik kan me nauwelijks voorstellen dat de normaal in die tijd hoger gelegen heeft. Conclusie : oktober was een uitschietertje in een zeer koud jaar. Vandaag de dag is een jaargemiddelde van 6,9° onvoorstelbaar, waar we te maken hebben met jaargemiddelden boven 10°. En vergelijk dat koudste jaar eens met de zachtste winter : 1990 met een gemiddelde van 6,0°C
Groet,
Cees
Quote selectie