Weinig te zeggen over komende winter.
Weersverwachtingen op een termijn van maanden tot jaren zijn een oude droom in de meteorologie. Een betrouwbare voorspelling van het weer op een bepaalde dag blijkt echter onmogelijk voor meer dan twee weken vooruit. Wel mogelijk zijn (kans)verwachtingen voor het gemiddelde weer over een aantal maanden, bijvoorbeeld "de kans is groot dat we hier een droger dan gemiddeld voorjaar krijgen". De basis voor deze seizoensverwachtingen zijn relatief langzame veranderingen in de oceaan, sneeuwbedekking en bodemvochtigheid, die de weerspatronen beïnvloeden. Vooral de invloed van het verschijnsel El Niño is groot.
Bij gebrek aan El Niño of La Niña zijn er dit jaar echter weinig seizoensverwachtingen te maken, het model geeft geen "signaal". De Noordzee zal nog wel een tijdje warmer blijven dan normaal blijven, maar dat heeft nauwelijks invloed op het Nederlandse weer in dit seizoen. In het verleden ging een warmere Noordzee niet samen met meer regen in de herfst, en ook het ECMWF model laat dat niet zien. In de Middellandse Zee valt gemiddeld niet meer regen als het zeewater in de zomer warmer was. Het ECMWF verwacht ook dat Australië en zuidelijk Afrika warmer dan normaal worden de volgende maanden, de zomer daar.
Ook de zeer koude oktober die we dit jaar hadden zegt niets over de komende winter en betekent niet dat ook de winter koud wordt. Dat kan natuurlijk wel maar uit onderstaande grafiek blijkt dat een zeer koude oktober net iets vaker juist gevolgd werd door een zachte winter (1974, 1915, 1919, 1922; het jaar is van december!) dan door een koude (1905, 1954) of strenge (1939). Dat verband kan ook op toeval berusten dus ook na de koude oktober valt er niets te zeggen over de komende winter.
In ons land is onderzoek gedaan naar het verband tussen het weer, met name luchtdruk en temperatuur in oktober en november en de daaropvolgende winter. Veel, maar niet alle koude winters worden voorafgegaan door een herfst met vaak noordenwind. De luchtdruk bij IJsland moet dan in oktober gemiddeld aan de hoge kant zijn. Frequent lage druk bij IJsland in het najaar is vaak een voorbode van een normale of te zachte winter. Het grillige weer laat zich echter niet in simpele regels vangen, dus er rest ons meestal weinig anders dan de uitspraak: "t kan vriezen en 't kan dooien. Statistisch dooit het echter vaker: 80% van de winters zijn in ons land zacht; 20% van de maanden december, januari en februari heeft een gemiddelde onder nul.
Quote selectie