Cumuluswolken worden vaak gevormd in een rij die 'wolkenstraat' wordt genoemd, met de windrichting mee. Soms worden grote gebieden bedekt door een hele serie evenwijdige straten met open stroken ertussenin.
Losse wolkenstraten worden soms gevormd boven een warmtebron die sterk genoeg is om aan één stuk door thermiekbellen te produceren die de afzonderlijke cumuluswolken voeden. Zulke wolkenstraten kunt u vaak vanaf oceaaneilanden op de wind zien meedrijven. Als de wind langs de rand van een sterk opgewarmd gebied waait (zoals de rand van een steile wand) kan er op dezelfde manier een wolkenstraat ontstaan.
Meervoudige evenwijdige straten worden officieel gezien als een cumulusvariant, de cumulus radiatus. De gunstigste omstandigheden voor de vorming hiervan treden op als de onderste luchtlaag onstabiel is met daarboven een inversie -een stabiele luchtlaag. Dit is dikwijls het geval als de bovenlucht zakt, zoals onder anticyclonale omstandigheden of als zich 's nachts stralingsmist heeft gevormd. Onder de inversie treedt convectie op, waarbij lucht in thermiekbellen onder de wolken opstijgt en in de opengingen tussen de straten langzamer verder daalt. De afstand tussen de wolkenlijnen is ruwweg twee tot driemaal zo groot als de dikte van de onstabiele laag.
Willen de straten blijven bestaan, dan moeten de wolken snel verdampen en mag de convectie niet te sterk zijn. Als de wolken blijven bestaan in plaats van verdampen, spreiden ze zich snel uit onder de inversie en ontstaan er een laag stratocumulus. Als de convectie sterk wordt, breken de thermiekbellen door de inversie heen en wordt de wolkengroei chaotischer, zodat het regelmatige patroon verdwijnt.
Bron: Het weer boekje. Copyright, Storm Dunlop 2002.
Typefouten voorbehouden, heb blindgetypt

. Leuk boekje overigens.
Quote selectie