Even een vraagje, want ik zit ergens met een soort van complicatie
Ik ben bezig met het bepalen van de stabiliteit van de atmosfeer. Dit doe ik door de environmental lapse rate (evlr), de dry adabatic lapse rate (dalr) en saturated adiabatic lapse rate (salr) te bepalen met behulp van de text list van de ballonoplatingen bij het knmi.
Ik wil onderscheid maken tussen 3 situaties: stabiel, conditioneel onstabiel en absoluut onstabiel. Volgens o.a. Met Office (http://www.metoffice.com/education/higher/lapse_rates.html) en een aantal andere boeken geldt het volgende:
evlr < dalr = absoluut onstabiel
dalr < evlr < salr = conditioneel onstabiel
salr < evlr = stabiel
Zie ook dit plaatje:
Echter, geeft Stull in het boek Meteorology For Scientists And Engineers een andere methode om de onstabiliteit te bepalen. Hij gaat namelijk uit van potentiele temperatuur (geen vocht daarin nog, maar daar kan je volgens mij voor corrigeren). Zijn methode voor het bepalen van de stabiliteit is de volgende:
In de grafiek waarin je theta (pot temp.) uitzet tegen de hoogte, trek je een lijn vanaf het lokale minimum naar beneden totdat je de grond of de sounding weer raakt en een lijn vanaf het maximum omhoog totdat je de sounding weer raakt. Deze stukken zijn dan onstabiel. Zie tekening
edit - eigenlijk zou je zeggen dat het stuk waarin de d theta / dz groter is dan 0 (dus het hele schuinteruglopende stuk tot het maximum) stabiel is, maar dat is dus niet zo volgens Stull
In mijn ogen impliceert dit dus, dat stukken waarin je environmental lapse rate groter is dan de saturated lapse rate nog steeds onstabiel kunnen zijn. Klopt dat of zit ik er nu naast?
Quote selectie