Wanneer de zeewind binnenvalt koelen de onderste lagen af en worden in verhouding koeler en zwaarder dan de laag erboven. De onderste 500-1000m raken stabiel van opbouw. Warme luchtbellen die boven het warme aardoppervlak worden gevormd kunnen niet meer stijgen. Dus geen thermiek die het condensatieniveau kan bereiken en stapelwolken kan vormen. Wanneer dit de belangrijkste trigger is voor onweer dan zijn de kansen na de zeewind verkeken. Het voorgerecht bestaat uit cumulus.
Op enige hoogte blijft de warme en onstabiele lucht hangen. Deze kan tegen de koelere lucht omhoog glijden en achter het zeewindfront (aan de zeekant) buien doen ontwikkelen. Het zeewindfront gedraagd zich als een warmtefront. Dus in zo'n geval kan het ook na het invallen van de zeewind onweren. Aan dit type buien gaat vaak castellanusbewolking vooraf.
Meestal gedraagt het zeewindfront zich als koufrontje en is de sterkste stijgbeweging op het front zelf. Dit is een extra trigger voor de buienontwikkeling in de warme, tot aan de grond, onstabiele lucht. Binnen een straal van ongeveer 50 km naast aktieve onweersbuien krijgen nieuwe buien weinig kans vanwege de concurrentie. Hoe dit werkt is weer een verhaal appart. Maar de buien op en voor het front nemen de energie weg voor eventuele buien achter het front.
Samenvattend zou je kunnen concluderen dat de kans op onweer na zeewind kleiner is maar eigenlijk is dat per omstandigheid verschillend.
In Heerenveen heb ik vaak genoeg meegemaakt dat het wel stevig ging onweren ondanks dat het al was afgekoeld door de zeewind. Wat vandaag betreft kan ik er weinig over zeggen vanuit een zonnig en warm Heerenveen.
Victor
Quote selectie